Menu

Harlingen, monument op de Joodse begraafplaats

Artiest: Jan Murk de Vries
Harlingen, monument op de Joodse begraafplaats

Geschiedenis


Het monument op de Joodse begraafplaats in Harlingen is opgericht ter nagedachtenis aan de 46 joodse medeburgers die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de bezetter zijn gedeporteerd en omgebracht.

De namen van de 46 joodse slachtoffers luiden:

Gabriël Boas, Jozeph Boas, Dina Boas-Pais, Leonard Goldsmid, Sara Goldsmid-Goedhart, Mathilde Henriëtte Hes, Sally Hes, Anna Rosa Hes-van Gelder, Leonard Leijdesdorff, Rosalie Leijdesdorff-Vos, Hanna Klara Messcher, Klara Leonara Mescher, Levie Messcher, Catharina Messcher-Gans, Aäron Pais, Abraham Pais, Esther Pais, Benjamin Raphael Pais, Benjamin Raphael Pais, Jansje Pais, Levie Pais, Raphael Pais, Racheltje Pais, Raphael Pais, Salomon Pais, Roosje Pais-Minco, Adriana Pais-Rood, Jantje Pais-de Vries, Izak Nathan Israël Polak, Nathan Polak, Betsij Polak-Frank, Pietje Polak-de Vries, Berel Steil, Nechemia Steil, Lieba Steil-Aftergutt, Cäcil David Speijer, Elkan Aron Speijer, Michiel Speijer, Hanna Speijer-Schulenklopper, Aron de Vries, Benjamin de Vries, Izaäk de Vries, Klara de Vries, Elize de Vries-Odewald, Grietje de Vries-de Wilde en Rosa Weijmann.

Op het monument staat de naam 'Rosa Weijmann' anders vermeld dan in het Digitaal Joods Monument.

Op 10 mei 1940 (de dag van de Duitse inval) telde Harlingen 54 joodse inwoners. Tien van hen waren vluchtelingen uit Duitsland en Polen die in de jaren 1938-1940 via allerlei omzwervingen naar Harlingen waren gekomen. Zij woonden aan de Lanen en het Havenplein en hadden nauwelijks contact met de Harlingers. Vooral de familie woonachtig aan de Lanen 22 was schuw.

Op 10 januari 1941 vaardigde de bezetter de verordening voor registratie van de joden op naamstelling uit. Alle joden moesten zich melden op het gemeentehuis en een formulier invullen over hun overgrootouders, grootouders, ouders en henzelf. In Harlingen hebben alle joodse inwoners aan deze registratie meegewerkt. Vervolgens werden alle joodse mannen boven de 18 opgeroepen om in Leeuwarden te verschijnen bij een of andere instantie, waar zij lichamelijk werden gekeurd. 's Avonds mochten zij per trein naar huis terugkeren. Na deze registratie en keuring zijn de eerste van de 54 joden uit Harlingen in augustus 1942 op transport gesteld naar het doorgangskamp Westerbork. In november 1942 vaardigde de Sicherheitspolizei een nieuw arrestatiebevel uit. Verscheidene joodse Harlingers werden op 28 november 1942 (waarschijnlijk) in drie groepen op de trein naar Westerbork gezet. De plaatselijke politie heeft hun woningen afgesloten en verzegeld. De sleutels werden naar de SS in Leeuwarden gestuurd. Nadat eind 1942 bijna alle joden uit Harlingen verdwenen waren, heeft een makelaar in opdracht van de bezetter alle goederen uit de woningen laten weghalen. Op de goederenwagon werd een biljet geplakt met de woorden 'Van Winterhulp Nederland'. De goederen zijn uiteindelijk naar Duitsland gegaan.

Van de 54 geregistreerde joden uit Harlingen zijn 52 op transport gesteld naar het doorgangskamp Westerbork. Vandaar werden zij naar concentratiekampen in het Oosten gedeporteerd. De meesten zijn omgekomen in het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz. Enkelen kwamen om in Sobibor. Van de 54 Harlingse joden bleken na 1945 drie de oorlog te hebben overleefd, te weten: Simon Leijdesdorff, zijn zoon Leonard en Eliza Speyer. Simon was met een niet-joodse vrouw naar Amsterdam vertrokken. Eliza Speijer is in 1941 eveneens naar Amsterdam vertrokken. Na de oorlog is zij geëmigreerd naar Canada. De joodse synagoge, die in de Raamstraat was gevestigd, is op 5 november 1941 samen met de woning van de rabbijn vernield door een bom.

Onthulling
Het monument is onthuld op 4 mei 1965.

Info


Vorm en materiaal
Het monument op de Joodse begraafplaats in Harlingen is een uit gele baksteen opgetrokken zuil, bekroond met een davidster. Op de voorzijde is een levensboom aangebracht. Op de achterzijde is een plaquette van witte natuursteen bevestigd. Bij de zuil zijn stenen tafelen geplaatst.

Teksten
De tekst op de plaquette luidt:

'TER HERINNERING AAN
DE JODEN VAN HARLINGEN
DIE UIT HUN HUIZEN ZIJN WEGGESLEURD
DOOR DE VIJAND, DE DUITSE BEZETTER
IN DE JAREN VAN TERREUR 1940 - 1945
EN DIE NIET ZIJN TERUGGEKEERD
NAAR DE PLAATS VAN HUN VERLANGEN.

MEI 1965'.

Op de stenen tafelen is een Hebreeuwse tekst ingebeiteld, met dezelfde inhoud als de tekst op de plaquette. Hieraan is in het Hebreeuws toegevoegd:

'MOGE HUN ZIEL GEBONDEN ZIJN IN DE BUNDEL DES LEVENS'.

Hieronder zijn de namen van de 46 joodse oorlogsslachtoffers aangebracht.

'JOODSE HARLINGERS WEGGEVOERD EN OMGEBRACHT
DOOR DE DUITSE BEZETTER 1940-1945
4-5-1965'.

Digitaal Joods Monument
De joodse oorlogsslachtoffers die op dit gedenkteken vermeld staan, zijn tevens opgenomen in het 'Digitaal Monument Joodse Gemeenschap in Nederland'. Hierin vindt u meer informatie over deze personen met waar mogelijk een korte biografie, familierelaties en adresgegevens.

Onder het kopje 'Geschiedenis' op deze pagina kunt u op een persoonsnaam klikken om doorverwezen te worden naar het Digitaal Joods Monument.

Overige info


Locatie
Het monument bevindt zich op de Joodse begraafplaats, gelegen aan de Begraafplaatslaan te Harlingen.

Bronnen

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief