Plicht voor alles

Plicht voor alles

De aanbeveling

‘Gedurende deze periode onderscheidde Van Balkom zich in alle opzichten door uitmuntende plichtsbetrachting, grote voortvarendheid, groot doorzettingsvermogen, ’n grote mate van initiatief en persoonlijke moed. Dank zij zijn zeer kundig optreden als ziekenverpleger mocht het gelukken vele zwaar gewonde militairen in het leven te houden die anders ongetwijfeld, wegens ontstentenis van een medicus, aan de bekomen verwondingen zouden zijn overleden’, aldus een kolonel van het Korps Speciale Troepen in Nederlands-Indië. Een veelzeggend fragment uit een aanbevelingsbrief uit 1950 die Arnold van Balkom moest helpen na terugkeer in Holland weer aan de slag te komen.

Een geboren verpleger
Arnold van Balkom wordt geboren in het Duitse Duisburg-Hochfeld als tweede zoon van een Nederlandse vader. Onder de dreiging van de machtsovername door Adolf Hitler stuurt vader Van Balkom zijn zoons naar Nederland, waar ze meteen worden opgeroepen voor militaire dienst. Arnold voelt zich er thuis en hij meldt zich in 1934 aan bij het Koninklijk Nederlands Indisch Leger. Eenmaal in de kolonie wordt hij geplaatst bij de Militaire Geneeskundige Dienst en hij ontpopt zich als een zeer getalenteerde verpleger. Zijn ‘Handgrepenboekje’ uit die jaren toont een brede ervaring met de verzorging van allerlei zieken en gewonden; er was geen medische ingreep die Van Balkom niet als leerling had bijgewoond. Hij behaalt meerdere diploma’s en klimt al snel in rang.

Nieuw geluk

De militaire carrière van Van Balkom wordt afgebroken door de Japanse invasie van Nederlands-Indië in 1942. Drie zware jaren van krijgsgevangenschap volgen, voor een deel als dwangarbeider aan de Pakan Baroe-spoorlijn op Sumatra. Er is weinig overgeleverd maar het is wel zeker dat deze periode van ontberingen Van Balkom sterk getekend heeft. Na afloop van de Tweede Wereldoorlog loopt zijn huwelijk stuk, een pijnlijke scheiding waardoor hij zijn drie kinderen niet meer ziet. Hij keert korte tijd terug naar Europa, waar hij in de naoorlogse chaos zijn ouders in zijn geboorteplaats Duisburg bezoekt. In Indië vindt hij nieuw geluk met Maria Christina van der Ham, deels van Nederlandse, deels van Ambonese afkomst. Ze trouwen in 1947 en krijgen twee dochters, Julia en Sylvia. Begin 1948 maakt een vriend een serie foto’s van het stel met hun oudste dochter.

Naar Nederland

Van Balkom dient aanvankelijk als ziekenverpleger in het Militair Hospitaal in Batavia maar hij wordt in oktober 1948 ingedeeld als sergeant-majoor bij het Korps Speciale Troepen. Van Balkom is betrokken bij hevige gevechten rond Djokja, op Midden- en Oost-Java en op Sumatra. Wegens een serie staaltjes van uitzonderlijke moed ontvangt hij eind 1949 de Eremedaille verbonden aan de Orde van Oranje-Nassau. Hij is dan al teruggekeerd naar Nederland waar hij met zijn jonge gezin een nieuwe toekomst wil opbouwen. Niemand zou vreemd hebben opgekeken als hij na zestien zware tropenjaren de dienst vaarwel had gezegd, maar Van Balkom zit anders in elkaar.

Korea

Hij is voor alles plichtsgetrouw en hij is nog niet eervol ontslagen uit het KNIL of hij meldt zich als vrijwilliger bij de Koninklijke Landmacht. De oorlog in Korea is net uitgebroken en Nederland heeft toegezegd een detachement vrijwilligers te leveren voor de troepen die daar onder de vlag van de Verenigde Naties strijd leveren. Van Balkom wordt ingedeeld bij de Stafcompagnie van het detachement. De foto’s van de korte opleidingstijd tonen optimistische, ervaren militairen die zich met een zekere bravoure voorbereiden op een nieuwe taak. Met de ‘Zuiderkruis’ varen de eerste troepen naar het Verre Oosten, waar ze op 23 november 1950 aankomen. Al snel wordt duidelijk dat Korea in niets op Indië lijkt. De oorlog is massaal, onoverzichtelijk en zeer bloedig. Naast de felle strijd is er ook nog het gevecht tegen een meedogenloos klimaat, de militairen zijn in het begin niet opgewassen tegen de extreme kou en de voortdurende sneeuwstormen.

Heldenmoed

De Nederlanders worden ingedeeld bij de tweede divisie van het Amerikaanse leger en na wat aanvullende training meteen ingezet aan het front. Direct bij de eerste gevechten op 3 januari 1951 gaat het mis. De eenheid van Van Balkom raakt geïsoleerd en dreigt ingesloten te worden door Chinese en Noord-Koreaanse troepen. Commandant Van der Veer beschrijft in een brief aan Van Balkoms vrouw wat er gebeurde: ‘Op een gegeven moment kreeg ik tijdens een actie enkele gewonden die op een vrij moeilijke plaats lagen, direct onder zwaar vijandelijk vuur. Uw man aarzelde geen moment, doch begaf zich direct met brancard en verbandtas naar de gewonden. Hij heeft nog kans gezien om alle gewonden te verbinden. De laatste man waaraan hij bezig was, was zeer zwaar gewond in de buik. Toen uw man een eerste half verband had aangelegd, heeft hij getracht om met een andere sergeant deze gewonde weg te slepen. Toen zij ongeveer 40 meter gevorderd waren werd uw man recht in het hart getroffen. Hij heeft in het geheel niet geleden, doch is zonder geluid te geven in elkaar gezakt en was ogenblikkelijk overleden.’

Sylvia kijkt terug

Dochter Sylvia blikt terug: ‘Doordat mijn vader in Korea is gesneuveld heb ik hem eigenlijk nooit gekend. Ik was een peuter en veel ging aan mij voorbij. In veel opzichten is het wel bepalend geweest voor mijn verdere leven. Mijn moeder was helemaal uit het lood geslagen en ondanks de vele lovende woorden voor de heldendaden van mijn vader stortte haar wereld in. Mijn vader kreeg postuum het Bronzen Kruis, de VN-medaille en de Amerikaanse Silver Star. Die laatste onderscheiding werd aan mijn moeder uitgereikt, dat ontroerde haar zeer. Door alle gebeurtenissen wilde zij ons streng en goed opvoeden; over het verleden praatte ze liever niet. Ze was een beetje een ‘control freak’. Ik was een echte spring in het veld dus dat botste nog wel eens. Maar we hebben het wel gered met z’n drieën. Een paar jaar voor haar overlijden in 1985 heb ik wat vaker met mijn moeder over vader kunnen praten, dat is heel belangrijk geweest’.

Het AA van Balkom-gebouw

Sylvia van Balkom houdt zich jarenlang niet zo bezig met de familiegeschiedenis. Maar in 1987 wordt een gebouw van het militair opleidingsinstituut in Hilversum vernoemd naar haar vader: ‘Er kwamen mensen over de vloer die meer van hem wilden weten, bovendien was het plan een vitrine in te richten en een plaquette te onthullen, ik heb de Silver Star van mijn vader in bruikleen gegeven. Mijn man was erbij toen het AA van Balkom-gebouw werd gedoopt en het was heel bijzonder. Daardoor ben ik meer over hem gaan nadenken. Zo was ik ook nooit in contact geweest met de kinderen uit zijn eerste huwelijk, maar ook dat kon ik niet loslaten. Met mijn zus praatte ik er steeds vaker over en van het een kwam het ander. In 2003 heb ik voor het eerst mijn halfbroer Peter ontmoet en het klikte meteen. Het voelde zo vertrouwd, wie krijgt er op latere leeftijd zo maar familie bij?’

Het voetbalshirt

Sylvia zou nu wel naar Korea willen om het graf van haar vader te bezoeken, maar ze weet niet of het er van kan komen: ‘Mijn gezondheid is niet optimaal en het is echt een hele onderneming, ook emotioneel. Maar ik vind het wel belangrijk dat de herinnering aan hem intact blijft. Mijn zoon heeft op internet veel informatie over de Korea-oorlog opgezocht en mijn halfbroer Peter wil alles weten over mijn vaders periode in Nederlands-Indië. En natuurlijk bewaar ik alle onderscheidingen en voorwerpen die aan mijn vader herinneren. Ik heb zelfs zijn blauwe militaire voetbalshirt uit 1949. Het is maar een hemd, maar toch betekenen die dingen veel voor me. Ik ben trots dat ik een vader had die altijd het goede wilde doen en het als zijn plicht beschouwde anderen te helpen’.