‘Alles heeft een reden’

‘Alles heeft een reden’

De granaataanval

‘Ik kan wel stellen dat dit niet de meest gemotiveerde uitzending is die je kan bedenken! En natuurlijk merk ik aan mezelf dat het voorlopig wel weer welletjes is geweest … Soms heb ik het gevoel dat we bezig zijn met een slechte oefening die te lang duurt.’ De twijfel klinkt door in de brief die sergeant Dave Steensma op 6 mei 2004 vanuit Irak naar huis stuurt. Vier dagen later wordt hij het slachtoffer van een aanval met handgranaten bij een brug in As Samawah. In het veldhospitaal van de Nederlandse basis Camp Smitty overlijdt hij aan zijn verwondingen.

Een lefgozer uit Amsterdam

Dave Steensma wordt in 1967 in Amsterdam geboren. Als jongen is hij een ondernemend en sportief type. Hij voetbalt en haalt kattekwaad uit, een echt lefgozertje. Zijn ouders verhuizen naar Franeker en in de Friese omgeving ontwikkelt Dave zich als een zwijgzame rebel die stoer is met zijn vrienden, maar moeite heeft zich aan te passen aan regels en systemen. Na het behalen van zijn schooldiploma weet hij niet wat hij wil en zijn vader stelt voor dat het leger misschien iets voor hem is, het zou de structuur kunnen bieden waar Dave al jaren naar zoekt. Na enige aarzeling kiest hij voor de mariniers, de uitdaging lijkt hem wel wat; het sluit aan bij zijn neiging om zijn eigen grenzen te verkennen.
Al snel blijkt dat Dave zich in de militaire omgeving als een vis in het water voelt. De professionaliteit, dingen tot in de details regelen, de omgang met de maten: het is precies wat hij wil. Of zoals een spreker het bij de begrafenis formuleert: ‘Dave, met zijn tomeloze energie, zijn verlangen naar vrijheid en actie, zijn sterke behoefte aan bevestiging en vriendschap, perfectie en duidelijkheid, werd militair, in hart en nieren’.

Dave en Jennie

In 1990 ontmoet hij in Franeker zijn latere vrouw Jennie. Ze wonen in dezelfde straat en zien elkaar in het uitgaansleven, maar pas na enkele maanden springt de vonk over. Jennie was onder de indruk van zijn respectvolle benadering: ‘Ik ben niet zo militair gericht, iemand met een uniform zet ik niet automatisch op een voetstuk, maar na een tijdje zag ik dat hij het echt meende en er helemaal voor ging. We waren in zeker opzicht tegenpolen, maar ik viel voor zijn onvoorwaardelijke liefde, trouw en gedrevenheid. Hij was zwart-wit, ik meer grijs, maar ik denk dat we elkaar heel goed aanvulden’. Dave kiest volledig voor zijn nieuwe vriendin en heeft daarbij het idee dat hij zijn militaire carrière moet opofferen. Maar als burger die van acht tot vijf in een fabriek werkt wordt hij diep ongelukkig. Na een jaar ziet hij een spot op TV voor de Luchtmobiele Brigade en stapt hij terug in ‘zijn’ wereld.

Srebrenica

In 1994 wordt hij met de eerste lichting van Dutchbat uitgezonden naar de enclave Srebrenica en belandt hij midden in de Joegoslavische burgeroorlog. Hij houdt een dagboek bij en schrijft een serie brieven naar huis. Het zijn verslagen van een ambitieuze avonturier die de actie zoekt en zich ontwikkelt als een doener. Hij stelt hoge eisen aan zijn collega’s omdat hij zelf ook alles geeft en dwingt met zijn eenduidige benadering respect af bij zijn maten. Het levert een aantal vriendschappen voor het leven op met de andere militairen die in de onoverzichtelijke bergen rond Srebrenica de observatiepost ‘November’ bemannen. Zijn bijnaam is ‘stisno’, een verwijzing naar zijn kenmerkende snor, en zijn koele reactie ‘het zit wel eens tegen’ wordt het motto van de vriendengroep. Hij schrijft aan Jennie open en direct over de ‘geitenzooi’ waar hij middenin zit: ‘Je moet het me niet kwalijk nemen als ik zulke taal gebruik, want je raakt hier zo afgestompt, dat is niet normaal meer, dat komt gewoon omdat je met z’n allen op elkaars lip zit.’

Niek en Luuk

Terug in Nederland praat hij bijna nooit meer over zijn ervaringen. Jennie merkt echter wel dat het hem niet onberoerd heeft gelaten: ‘Hij zat soms rechtop in zijn bed, maar hij hield zijn angsten voor zichzelf’. Het stel trouwt en ze rijden met een favoriete zwarte kever door Franeker. Ze krijgen twee zoons, Niek en Luuk, en Dave is gek op zijn ‘knakworsten’. Hoewel hij vaak in de kazerne in Schaarsbergen of in het buitenland op oefening is zijn de weekends voor zijn gezin en doet hij niets liever dan stoeien en voetballen met zijn jongens. ‘Hij zette dan echt de knop om. In zijn werk als militair kon hij zijn ei kwijt en daarnaast was hij er ook helemaal voor het gezin. Natuurlijk draaide ons leven om Dave, maar er was een goede balans. De jongens hadden het er wel eens moeilijk mee als hij weg ging, maar als ze vroegen of hij dood kon gaan lachte hij dat weg en zei dat we ons geen zorgen hoefden te maken’. 
Tijdens uitzendingen naar Cyprus en Afghanistan maakt Steensma de ups en downs van vredesmissies mee. Een maat wordt disciplinair gestraft en Dave ervaart dat als een groot onrecht. Hij wordt een soort mentor van een hechte groep militairen die in de ‘grote zandbak’ van Afghanistan de inzet als ‘Schutters Lange Afstand’ tot een succes probeert te maken. Maar hij ziet ook scherp de beperkingen van de uitzendingen en over de plaatselijke bevolking kan hij geen positief oordeel vellen. De twijfel slaat toe en hij vraagt zich steeds vaker af of hij met zijn toewijding en gedrevenheid wel iets kan bereiken.

Het afscheid

Met deze dubbele gevoelens reist hij in 2004 af naar Irak; zijn vierde inzetgebied. Jennie ziet de tragische meidagen die volgden nog scherp voor zich: ‘Hij schreef en belde me vaak, hij was altijd de optimist. Maar zijn laatste brief heeft een sombere toon en wat hij bijna nooit deed, op 9 mei, het was Moederdag, belde hij daar speciaal voor op. Zijn ouders, zijn zus en nichtje, de jongens en ik, we hebben hem allemaal nog gesproken. Een dag later was ik onrustig, ik voelde me niet lekker en heb me ziek gemeld voor mijn werk. Laat ’s avonds werd ik wakker, er werd aangebeld. Het was een mevrouw in een wit pak die zei: “Ik moet u zeggen dat uw man is omgekomen”. Vanaf dat moment leef je een soort in een andere dimensie. ’s Morgens werden de jongens wakker en ik moest ze vertellen wat er gebeurd was. Het moeilijkste moment in mijn leven’.
Heel Franeker loopt uit op 15 mei 2004 voor de begrafenis en overal hangt de vlag halfstok. Dave Steensma wordt met militaire eer begraven en in de kerk is iedereen die hij belangrijk vond aanwezig. Een perfecte organisatie met al zijn vrienden erbij. Jennie zegt namens Dave ‘Dat ziet er strak uit’ en zij sluit af met de woorden: ‘Steen, ik en je beukenoten houden gigaveel van je’.

Een steen in het water

In 2005 reist Jennie met vrienden van Dave naar Irak en bezoekt ze Camp Smitty en de plaats waar de aanslag plaatsvond. ‘Het was moeilijk, maar alles in me zei dat ik het moest doen. En het is goed geweest. Je beleeft en voelt alles heel intens. We hebben de helft van een steen meegenomen van dezelfde steensoort als op het graf in Franeker met het opschrift ‘Lieve papa Dave voor altijd’ getekend met de handschriften van mij en de jongens. Die steen ligt daar op de bodem van de Eufraat. De andere helft staat hier in de tuin, zo zijn we steeds verbonden, althans dat voel ik zo. Die ervaring in Irak pakt niemand me meer af, het was geen afsluiting, maar het verduidelijkte wat er gebeurd was’.
‘Natuurlijk speelt de dood van Dave tot op de dag van vandaag een grote rol, maar de jongens doen het goed, ze zijn heel verschillend, maar het zijn allebei toppers. In de huiskamer hangen mijn favoriete foto’s van Dave en zijn onderscheidingen en rode en blauwe baretten liggen hier ook. Zijn ouders hebben de zwarte uitrusting uit zijn marinierstijd, voor hen en voor Dave’s zus is het ook een groot verdriet. Ik houd me vast aan de mooie herinneringen, zijn standvastigheid en zijn ‘gave grijns’. Dave was een eerlijke man die er altijd 100 % voor ging en we halen nog vaak zijn motto aan: ‘Alles heeft een reden’.

De website van de Oorlogsgravenstichting maakt gebruik van cookies. Hierdoor wordt onze website gebruikersvriendelijker en kunnen we u beter van dienst zijn.