Een graf op Sicilië

Een graf op Sicilië

Een gelukkig gezin

In januari 1940 maakt een bekende fotograaf in Soerabaja een serie portretten van het gelukkige gezin Sterkenburg. Vader Joop maakt carrière bij de Koninklijke Marine, zijn vrouw Ida steunt hem waar ze kan en zorgt voor de kinderen Thijs en Florrie. In oktober van dat jaar wordt nog een zoon geboren, Johan, een ontwapenend en stout ventje, dat ook wel ‘Tjoemp’ wordt genoemd. Sterkenburg is veel op reis. Voor zijn kinderen is hij een statige, wat formele vader. Moeder is er altijd en regelt de dagelijkse zaken, natuurlijk met de gebruikelijke hulp van Indisch personeel. Rond het huis ligt een groot plein en er is voor de kinderen altijd wat te beleven, hoewel ze niet alleen op straat mogen spelen.

Natuurlijk gezag

Joop Sterkenburg, geboren in 1900 in Den Haag, is een leergierig type met talent voor organiseren. Zijn ambities liggen op zee en wanneer hij eenmaal bij de marine is beland voelt hij zich als een vis in het water. Prachtige foto’s getuigen van een gedegen opleiding, maar ook van een grote saamhorigheid bij de groep jonge adelborsten. Hoewel er veel theorie te leren valt draait alles om de praktijk. Sterkenburg doet vanuit Den Helder met allerlei schepen de Nederlandse havens aan en maakt ook langere reizen naar het buitenland. Hij is wellicht geen gangmaker, maar hij heeft een rustig en onverstoorbaar karakter waardoor hij gezag heeft bij zijn collega’s. Hij trouwt met Ida Dirkzwager, die in Nederlands-Indië was geboren. Bij de feestelijkheden krijgen bruid en bruidegom ieder een goudkleurige bundel met gedichten van familie en vrienden. Ida krijgt de raad: ‘Neem lieve bruid een les hieruit mee, wees in je leven zwijgzaam gedwee’.

Een laatste verlof

In Hellevoetsluis en Voorburg beleeft het stel mooie jaren. Zoals gebruikelijk in de marine  wordt Sterkenburg overgeplaatst naar Indië. Het gezin geniet van de bevoorrechte positie die de Nederlandse gemeenschap in de kolonie inneemt. Het familiealbum bevat beelden van de kinderen die zich klaarmaken voor een ponytocht en een verblijf bij het vakantiehuis Mickey Mouse in het bergdorp Tretes op Oost-Java. In februari 1941 tijdens een verlofweekend fotograferen de ouders elkaar met de kinderen. Voor de laatste keer is het gezin compleet. De dreiging van een Japanse invasie brengt met zich mee dat Sterkenburg voor langere tijd weg is. Uiteindelijk wordt Nederlands-Indië in maart 1942 bezet; enkele dagen eerder heeft Sterkenburg met een vliegtuig Ceylon weten te bereiken; hij kan niet meer naar huis terugkeren.

De dood van johan
Dochter Florrie herinnert zich: ‘De komst van de Japanners maakte veel indruk, het waren maar kleine mannetjes, maar er viel niet mee te spotten. Mijn moeder kon de zaak eerst nog wel redden, ze had natuurlijk goede contacten bij de marine, maar uiteindelijk zijn we met z’n vieren in het kamp Karees beland. Mijn kleine broertje Johan was astmatisch en had niet genoeg weerstand. Moeder is nog in het gevang gezet omdat ze medicijnen probeerde te smokkelen. Uiteindelijk is hij aan difterie overleden. Het was zo verdrietig. Hij ligt nu begraven op het ereveld Pandu, toevallig naast het zoontje van mijn moeders dierbaarste vriendin. Thijs ging uiteindelijk naar een jongenskamp in Bandoeng, moeder en ik zijn in het Tjidengkamp in Batavia terechtgekomen. In het begin ging het wel, maar later werd het er echt vreselijk. Vrouwen onder elkaar zijn net hyena’s. De omstandigheden waren er slecht, er heerste Beri-Beri en dergelijke ziektes’.

Commandant van de Soemba

Vader Sterkenburg wordt direct na de capitulatie van Nederlands-Indië ingezet bij de geallieerde oorlogsinspanning; de stafwerkzaamheden bij de marine gaan op Ceylon ‘gewoon’ door. Nederlandse schepen beschermen konvooien van de koopvaardij of maken deel uit van eskaders met Amerikanen of Engelsen. Op 25 april 1943 wordt Sterkenburg benoemd tot commandant van de Hr Ms Soemba. Dit legendarische schip zou samen met de vergelijkbare Hr Ms Flores aan veel geallieerde operaties deelnemen en zo de bijnaam ‘terrible twins’ verdienen. In de zomer van 1943 wordt de Soemba ingezet ten oosten van Sicilië. Door de relatief geringe diepgang kan het schip dicht bij de kust komen en zo Duitse stellingen onder vuur nemen.

Een voltreffer op de brug
Op 5 augustus 1943 nadert de Soemba de Siciliaanse kust als het schip onverwacht onder vuur wordt genomen. Sterkenburg geeft bevel het schip in een gunstiger positie te manoeuvreren om de aanval te kunnen beantwoorden. Een getuigeverslag beschrijft wat er gebeurde: ‘Het volgende vijandelijke salvo viel zodanig, dat een voltreffer de brug vernielde, precies waar kapt-luit ter zee Sterkenburg zich meestal bevond, aan stuurboord tussen stuurrad en telegraaf. Enkele seconden tevoren had de commandant de order gegeven de brug te verlaten en naar de commandotoren te gaan. Hij ging zelf het laatst en zou juist van de brug afstappen toen de noodlottige granaat insloeg. De commandant werd dientengevolge het zwaarst gewond, hij werd door een groot aantal scherven in de rug getroffen’.
Sterkenburg is volledig bij kennis en draagt nog zelf het commando over en geeft aanwijzingen voor hulp aan de andere getroffenen. Maar de terugreis naar de haven duurt te lang. Eenmaal aan de wal wordt het bloedverlies hem fataal en op weg naar het veldhospitaal bezwijkt hij aan zijn verwondingen. Een dag later wordt hij begraven op het geallieerde kerkhof in Augusta in een fraaie houten kist gemaakt door zijn manschappen; er wordt de hele nacht aan gewerkt. Een aantal bemanningsleden wordt aangewezen om als corvee de kuil te graven. Later wordt een sober houten kruis geplaatst.

Hereniging na de bevrijding

Zoon Thijs: ‘Ik heb tijdens de bezetting in een jongenskamp gezeten en alles wat ik ervan kan zeggen: ik heb het overleefd. Het was keihard en je redde het maar net, ik kreeg soms wat extra melk en een Chinees gaf me rijst, als je corvee deed viel er nog wel eens wat te regelen. Er was heel sporadisch contact met briefkaarten, die stonden vol met termen in het Maleis, ik had van tevoren met mijn moeder een soort code afgesproken. Toen de bevrijding kwam woog ik nog maar 24 kilo. Inmiddels waren de verbindingen helemaal verbroken, maar mijn moeder heeft via via achterhaald waar ik zat. Ik ben met een Dakota naar Batavia gevlogen, een heel indrukwekkend moment’. Zijn zus Florrie kan zich de hereniging nog goed voor de geest halen: ‘Mijn moeder had via de marine een baantje gekregen, we zaten op een logementschip. Ik zag een schriel jongentje aan komen lopen, maar ik herkende hem meteen. We konden nog niet terug naar Nederland, we hebben na Batavia nog 9 maanden in Australië gezeten, overigens moesten ze in Melbourne niet veel hebben van die koloniale vluchtelingen. We zaten echt te wachten, maar we kwamen niets tekort. Op een ingekleurde portretfoto van mij uit die periode lijkt het of er niets was gebeurd’.

De strijd voor een waardig graf

Wanneer moeder Sterkenburg met haar twee kinderen in 1946 terugkeert naar Nederland neemt ze bij het Suezkanaal een opvallend initiatief. Florrie gaat onder begeleiding alleen verder, zijzelf gaat met zoon Thijs naar Sicilië. Via een Engels contact overwint ze alle bezwaren; ze is alles behalve volgzaam en gedwee, zij wil het graf van haar man zien. Na het bezoek aan de begraafplaats neemt ze zich voor om te zorgen voor een waardig ereteken, geen kwetsbaar houten kruis, maar een steen voorzien van de symbolen van zijn liefde voor de zee en zijn inzet voor de goede zaak. Het duurt jaren, maar dan worden haar inspanningen en persoonlijke financiële offers beloond. Via contacten bij de Britse War Graves Commission plaatst men in 1950 een steen met het wapen van de Koninklijke Marine en het opschrift: ‘Died for his country’. Onderaan wordt een gedeelte van het Wilhelmus aangehaald: ‘Den vaderlant ghetrouwe blijf ick tot in den doet’. Een vriend is bij de plechtigheid aanwezig, hij schrijft aan moeder Sterkenburg: ‘Ik stel me voor dat het geheel is geschied op een wijze, welke u zich voorstelde het te doen geschieden. Er liep niets mis, er werd niet druk gepraat, wat zo dikwijls bij zulke marinedingen het geval is. … er was geen sprake van corvee, zoals u in uw brief schreef, maar van een eer, om aan zo’n verzoek te mogen voldoen’.

In de geest van moeder

Ida Sterkenburg blijft zich tot haar dood nadrukkelijk bemoeien met de nagedachtenis aan haar man. Met de kinderen gaat ze verschillende malen naar Sicilië en eind jaren zeventig maakt ze een pelgrimsreis naar Indonesië. Natuurlijk naar het graf van Johan, maar ook naar de plaatsen van haar jeugd en de gelukkige jaren met het gezin. In 1983 neemt zij, 36 jaar na de officiële verlening, de Bronzen Leeuw van haar man in ontvangst. De plaquette die ter nagedachtenis aan commandant Sterkenburg aan de brug van de Hr Ms Soemba was bevestigd wordt bij dezelfde plechtigheid geschonken aan het Marinemuseum.
Dochter Florrie: ‘Doordat het zo veel moeite had gekost was die steen voor mijn moeder erg belangrijk, het was meer dan een symbool. Mijn vader lag daar als enige Nederlandse marineman tussen de Engelsen en het was goed zo. Later heeft de Oorlogsgravenstichting, natuurlijk met de beste bedoelingen, de steen vervangen door het standaard Nederlandse model. Uit onderhoudsoverwegingen wellicht nodig, maar wij als kinderen hechten aan de vorm die mijn moeder heeft gekozen en hebben er moeite mee dat het is veranderd’.