De tragedie na de bevrijding

De tragedie na de bevrijding

Brief uit Zweden

Op 14 mei 1945 schrijft Bernard Schoonbeek naar zijn vrouw en zoon: ‘Lieve Jo en Afko, tot mijn grote blijdschap kan ik jullie berichten dat ik gezond en monter in Zweden ben aangekomen. ... Moed houden hoor, alles komt nu vlug genoeg weer in orde, het grootste leed is nu geleden.’ Een tragischer brief is nauwelijks denkbaar, want precies een maand later overlijdt de Eindhovense verzetsman aan vlektyfus in een ziekenhuis in het Zweedse Lund.

Het gezin Schoonbeek

Bernard Schoonbeek wordt in 1908 geboren als zoon van een reizende koopman die in Duitsland zijn geluk ging beproeven. De jonge Bernard brengt zijn jeugd door in Zuid-Limburg. Begin jaren dertig wordt hij aangenomen op de technische afdeling van de Philipsfabrieken. Hij verhuist naar Eindhoven waar hij in 1932 trouwt met Jo van Gils uit Breda. Bernard is overtuigd communist en is actief in vakbond en partij. Samen met zijn vrouw bezoekt hij samenkomsten en vergaderingen. Deze activiteiten worden hen niet in dank afgenomen en wanneer de economische crisis ook bij Philips toeslaat is Schoonbeek een van de eersten die ontslag krijgen. In 1936 wordt de enige zoon Afko geboren. Jo en Bernard zijn zeer gelukkig met hun kind, het is een pienter ventje, die dol is op de konijnen in de tuin.

Verzet en arrestatie

In de meidagen van 1940 staat Schoonbeek onder de wapenen als hospitaalsoldaat. Hij schrijft kaarten en brieven naar huis en eind mei laat hij weten dat hij in Wassenaar, ondanks de felle gevechten daar, ongedeerd is gebleven. De Duitse bezetting is voor Schoonbeek onaanvaardbaar en hij stort zich vrijwel meteen in allerlei verzetsactiviteiten, samen met zijn broer. Ze zijn betrokken bij het drukken en verspreiden van ondergrondse publicaties en het organiseren van vluchtroutes naar België. Door zijn politieke activiteiten is Bernard voor de Duitsers bij voorbaat verdacht en wanneer Hitler in juni 1941 Rusland aanvalt wordt Schoonbeek met andere communisten gearresteerd.

Brieven naar Jo en Afko

Via de strafgevangenis in Scheveningen komt hij in kamp Schoorl terecht. Hij is een actief brievenschrijver en Schoonbeek begint een drukke correspondentie met zijn vrouw en zoontje die hij de rest van de oorlog zal volhouden. Het spreekt voor zich dat hij door de strenge censuur niets kan schrijven over zijn gevangenschap, maar de tekens van leven worden in Eindhoven gespeld en meteen beantwoord. In augustus 1941 wordt Schoonbeek getransporteerd naar het ‘Polizei-Durchgangslager’ Amersfoort, waar een strengere tucht heerst. Hij mag per maand één brief schrijven en tussen de regels door is te merken dat de gevangenschap hem steeds zwaarder valt. Hij mist zijn gezin en hij schrijft aan Afko: ‘Als papa thuiskomt gaan wij samen voetballen. Ook zal papa een fiets voor je kopen, maar je moet goed op mama passen, luisteren en braaf zijn’.

Neuengamme

Midden 1942 belandt Bernard Schoonbeek als politiek gevangene in het Noord-Duitse concentratiekamp Neuengamme. Jo en Afko schrijven vaak, hoewel ze alles in het Duits moeten vertalen en ze door de censuur eigenlijk niets wezenlijks kunnen vragen. Bernard schrijft trouw terug, de brieven met steevast een portret van Adolf Hitler als frankering worden in Eindhoven gekoesterd. In 1944 wordt het contact minder tot het door de chaotische oorlogsomstandigheden helemaal stil valt.

Ongedeerd

In Eindhoven leeft men tussen hoop en vrees, vooral als na de bevrijding van Eindhoven de gruwelen van de Duitse concentratiekampen duidelijk worden. Maar Schoonbeek heeft alle ontberingen in Neuengamme overleefd. Dan besluiten de Duitse leiders dat geen enkele gevangene in handen van de geallieerden mag vallen. Een tragische laatste episode van de oorlog begint als de uitgemergelde gevangenen op transport worden gezet of moeten gaan lopen, een vreselijke en zinloze tocht die velen het leven kost.
De mensen uit Neuengamme belanden uiteindelijk op schepen voor de kust bij Lübeck. Bij vergissing bombarderen de Engelsen de haven en op de brandende schepen komen duizenden gevangenen om het leven. Schoonbeek heeft echter geluk. Hij is met een Zweeds konvooi van het Rode Kruis meegegaan en bereikt ongedeerd de Scandinavische havenstad Malmö.

Het telegram

In Nederland is men uitgelaten blij als ze zijn brief ontvangen en de felicitaties van familie en buren stromen binnen. Schoonbeek staat ook vermeld in ‘Het Vrije Volk’ en een oude vriend schrijft: ‘Het deed me toch zo goed, dat ik die naam daar las, het was zo eigen en vertrouwd’. Maar dan komt het telegram uit Zweden, waarmee in één onbegrijpelijke regel de hoop de bodem ingeslagen wordt. In het zicht van de bevrijding, na vier jaar gevangenschap en ontberingen, is Bernard Schoonbeek alsnog overleden.

Vlektyfus
Maandenlang probeert zijn weduwe een verklaring te vinden en schrijft ze naar Zweden om verdere informatie. Uiteindelijk stuurt een pastoor die de groep Nederlanders had opgevangen enkele troostende woorden: ‘Vol moed stapte hij als leider van de Nederlandse groep van 25 man aan wal, de mannen en de jongens hielden veel van hem. Maar zo langzamerhand deden de noodlottige gevolgen van het slechte transport zich voelen en de een na de ander kreeg de zo zeer gevreesde tyfuskoortsen. Een ogenblik zag het er naar uit, dat hij er boven op zou komen, tot hij er een plotselinge verkoudheid bij kreeg. Dit was teveel voor zijn hart en zo is hij kalm en rustig overleden.’
Na de oorlog spreken moeder en zoon Schoonbeek zo min mogelijk over de traumatische gebeurtenissen en ze proberen hun leven weer zin en richting te geven. Wanneer Bernard Schoonbeek wordt herbegraven op een nieuw Nederlands ereveld in Oslo is zijn weduwe erbij om het monument voor de gevallenen mede te onthullen. Enkele jaren later, in 1962, overlijdt zij.

Een envelop uit Neuengamme

Zoon Afko houdt zich lange tijd niet met het verleden bezig totdat hij in 1996 een brief van het Rode Kruis krijgt. Er zijn na meer dan vijftig jaar enveloppen gevonden uit Neuengamme met persoonlijke voorwerpen van gevangenen. Na wat formaliteiten krijgt Afko het horloge en de trouwring van zijn vader in handen. In hetzelfde jaar wordt hij gebeld door de gemeente Eindhoven: er is een straat vernoemd naar zijn vader. Deze gebeurtenissen betekenen een ommekeer in zijn visie op de tragische geschiedenis.
Afko wordt lid en later zelfs voorzitter van de Stichting Vriendenkring Neuengamme en is zeer actief om de nagedachtenis aan zijn vader en zijn duizenden medegevangenen levend te houden. Hij ijvert voor publicaties en een monument, want dat is er nog niet, en de bewoners van de Bernard Schoonbeeklaan in Eindhoven krijgen van hem in 2008 een brief: ‘Bernard werd 100 jaar geleden geboren. Hij werd opgepakt omdat het zijn heilige overtuiging was dat hij iets moest doen om onze vrijheid en democratie terug te winnen’. 

De website van de Oorlogsgravenstichting maakt gebruik van cookies. Hierdoor wordt onze website gebruikersvriendelijker en kunnen we u beter van dienst zijn.