'Ik vind het zo erg voor jou'

'Ik vind het zo erg voor jou'

Pijpje Drop

‘Vanmiddag is hij zóó aan ’t klauteren geweest, nu moet hij zich maar in de laagte vermaken’, schrijft moeder Dora over de negen maanden oude Jopie Drop, geboren op 26 februari 1918. Vader Johannes is ouderling en hoofd van de christelijke Van der Takschool die naast het woonhuis ligt in de Haagse Sumatrastraat. Jopie heeft drie broers en twee zussen. Op nieuwjaarsdag moet Joop met vader mee langs belangrijke mensen. Een man zegt dan steevast: ‘Zo, ben jij nou Pijpje Drop?’ Zo heet een negerjongetje dat in die tijd een bekende reclamestripfiguur was. Joop haat dit flauwe grapje.
Hij gaat naar hbs Zandvliet en hockeyt veel. Joops taalgevoel is goed, hij kan dingen ‘mooi zeggen’. In 1936 gaat hij Indologie studeren aan de Rijksuniversiteit Leiden. In zijn vrije uren zeilt hij en speelt dwarsfluit. Na het behalen van het doctoraal examen vindt Joop werk als vooronderzoeker bij de schade-enquêtecommissie Rotterdam. Hij verzamelt gegevens en berekent de waarde van gronden en gebouwen die op 14 mei 1940 zijn verwoest tijdens het zware bombardement op deze stad. Als hij zich moet registreren voor de Arbeidseinsatz, neemt Joop ontslag. Hij gaat werken bij het Adviesbureau voor Onderwijsrecht in Den Haag, eerst als administrateur en later als onderdirecteur. Dit bureau verzet zich ondergronds tegen de nazileer op lagere scholen. Door zijn enthousiasme en idealisme wordt Joop gezien als een stuwende figuur. Maar hij vertrekt voortijdig. Het bureau wordt in 1944 door de Sicherheitsdienst gesloten.

Gevangen

De minister van Overzeese Gebiedsdelen doet in 1943 via Radio Oranje uit Londen een oproep aan mensen die in Indië wilden werken 'te pogen Engeland te bereiken om werkzaam te kunnen zijn bij de voorbereidingen voor de bevrijding van Nederlandsch Indië’. Mensen worden tot ambtenaar opgeleid in het naoorlogse Indië. Joop besluit via de officiële zuidelijke verbinding naar Londen te gaan. Hij vertrekt 14 december. ‘Op 23 december word ik, met mijn groep, in Martignac op 5 km van de Spaans/Fransche grens door een Sicherheitsdienst detachement gearresteerd’, noteert hij later. Joops dwarsfluit wordt voor een wapen aangezien. Hij wordt in Toulouse gevangen gezet en na een maand getransporteerd naar concentratiekamp Buchenwald. Na twee maanden wordt hij met tweehonderd anderen getransporteerd naar KZ Laura, een subkamp van Buchenwald. Na drie maanden wordt hij op transport gezet naar kamp Dora. De omstandigheden daar zijn erbarmelijk, velen komen om van honger en ellende. Joop werkt als grondwerker in de Baulagers, een ondergrondse werkplaats in de berg waar onderdelen voor de beruchte V2’s worden gemaakt.
In april 1945 worden ze nabij Tangerhütte bevrijd door de Amerikanen. Tot eind juni wordt Joop verpleegd in een Amerikaans noodhospitaal in het 50 kilometer verderop gelegen Magdeburg. Zijn familie in Den Haag weet van niets. Zus Bep herinnert zich een bezoek van een Engelse officier die meldt dat hij Joop in Duitsland heeft gesproken en dat hij onderweg is naar huis. ‘Ik heb die man thuis aan de voordeur ontvangen. Hij was met de auto, wilde niet binnenkomen, want hij moest nog meer berichten afgeven.’ Joop keert via Maastricht terug. In die tijd laat hij nog een portret van zichzelf tekenen.

Indië

Joop is nauwelijks hersteld als hij koers vaart naar Batavia. Half augustus 1945 vertrekt hij vanuit Londen met het troepentransportschip MS Bloemfontein. Hij reist met een detachement van de Netherlands Indies Civil Affairs (NICA), dat de bestuursdienst in Indië moet herstellen. Op 10 oktober – een dag na zijn aankomst – treedt Joop in dienst van het Binnenlands Bestuur en wordt naar Zuid-Celebes gestuurd. Hij wordt controleur van Pangkadjene, een gebied zo groot als de provincie Utrecht.
Op een begrafenis loopt hij Anneke van der Klits tegen het lijf. Na haar kamptijd op Java woont zij bij haar ouders in Makassar op Celebes. Joop komt regelmatig in die stad. Later neemt Joop Anneke eens mee voor een tochtje in de jeep. Bij een idyllisch strand met kokospalmen zegt hij: ‘Dit is natuurlijk domweg lieflijk’, een typische uitspraak die opvalt bij Anneke.
Het is een onrustige naoorlogse periode. Als er weer een collega van Joop wordt neergeschoten zegt Anneke in een opwelling: ‘Joop, jij bent de volgende.’ Inmiddels is Joop controleur 1e klasse. Ze mogen elkaar en trouwen op 20 december 1946 in Fort Rotterdam, een Hollands kerkje in Makassar. De eerste jaren wonen ze in de dienstwoning in Pangkadjene.

Ontmoeting Wilcox

Tijdens hun verlate huwelijksreis treffen zij de Engelse schrijver Harry Wilcox, die na de oorlogsperiode door Celebes trekt. Wilcox schrijft in zijn boek White Stranger. Six moons in the Celebes: ‘Die avond was er een heerlijk ruikend kampvuur, waarbij een jonge controleur van Zuid-Celebes en zijn vrouw zaten. Ze genoten op die rustige plek van een kort moment van ontspanning na alle spanningen van de recente terroristische activiteiten in het zuiden van het eiland. Voor een controleur in die tijd was de kans om te overleven niet meer dan vijftig procent. Mij werd gevraagd waar ik was geweest tijdens de oorlog en ik vertelde mijn verhaal. Toen vroeg ik de controleur waar hij had gezeten. ‘De laatste twee jaar in Buchenwald’, zei hij.’ Weer zo’n typische snedige uitspraak van Joop.
Ze verhuizen van Pangkadjene naar Makassar en wonen op een kamer. Met een pianospelende collega en Joop op dwarsfluit, musiceren ze vaak. Op 9 september 1947 wordt Reintje geboren, vernoemd naar een van Joops beste - omgekomen - vrienden Govert Monsees en Rein Westhoff, die ook BB-controleur waren. Een half jaar later trekken ze in hun eigen nieuwe huisje aan de Goaweg. ‘Klein, maar van ons’, aldus Anneke. Joop werkt aan een paragraaf over de godsdienst voor de grondwet en reist daarvoor ook naar Bali.

Neergeschoten

Op maandag 15 mei 1950 doet Joop het werk van een zieke collega. Hij handelt nota’s af in het gouvernementskantoor en loopt naar de bank. Dan begint onverwachts een gewapende aanval. Makassaren verzetten zich fel tegen de Javaanse inmenging op Celebes van de – uit Java gestuurde – naderende Indonesische federale legereenheden (APRIS). Joop snelt de Sociëteit binnen om te bellen. Hij zegt dat ze thuis alles dicht doen en met Rein binnenblijven, omdat het menens is. Een djongos (huisjongen) vertelt later dat Joop gericht werd aangevallen. Onder de kreet ‘bunuh Belanda’ (dood aan de Nederlander) wordt hij door meerdere schoten geraakt. Anneke treft Joop in het militair hospitaal met een schot in de arm en tien kogels in zijn buik. Voor ze aan de operatie beginnen zegt hij nog: ‘Vertrouw op God. Ik vind het zo erg voor jou. Wees sterk, zorg goed voor Rein.’ Joop sterft twee dagen later op 17 mei 1950, slechts 32 jaar oud.
Vanwege de vijandelijkheden wordt hij eerst in de tuin van het hospitaal begraven en later op een klein ereveldje nabij het vliegveld Mandai. Anneke en Reintje moeten het land uit. Alleen tijdens die evacuatie mogen ze onder begeleiding van KNIL-militairen een kwartier afscheid nemen aan Joops graf. Het troepentransportschip MS Asturias – waar ze met zijn drieën op hadden moeten zitten – vertrekt op 28 juni uit Batavia en brengt moeder en zoon voorgoed naar Holland. Rein groeit daar op en treedt in de voetsporen van zijn opa. Hij gaat het onderwijs in en wordt hoofd van een school in Leiden en later in Voorschoten. Rein overlijdt onverwachts aan een hersenbloeding op 10 oktober 1985. Het kleine ereveld nabij vliegveld Mandai op Celebes met Joops graf is later geruimd. Joop is in mei 1968, evenals zijn twee vrienden, herbegraven op het grote ereveld Kalibanteng bij Semarang op Java.

De website van de Oorlogsgravenstichting maakt gebruik van cookies. Hierdoor wordt onze website gebruikersvriendelijker en kunnen we u beter van dienst zijn.