Gekraste namen als teken van hoop

Gekraste namen als teken van hoop

Laatste voorwerp van een vriend

In september 1945 is de Australiër George Vanselow op weg naar huis. Hij heeft de verschrikkingen van de Pakanbaru-spoorweg op Sumatra overleefd, maar woog nog maar 35 kilo. Zijn enige bezit zijn twee aluminium pannetjes, onmisbaar om in Japanse krijgsgevangenschap te overleven. Dagelijks werd daarin een beetje rijst en wat brak water met bladeren gedaan. Behalve zijn eigen eetblik heeft hij de pan bewaard van zijn Nederlandse vriend Klaas Smit die het niet gehaald heeft. Smit overleed aan ziekte en ondervoeding op 23 juni, zes weken voor de bevrijding.

Dwangarbeider aan de spoorlijn

Klaas Smit is een ondernemend type. In 1928, als hij 22 jaar is, vertrekt hij naar Nederlands-Indië; zoals zo veel van zijn tijdgenoten trekt het avontuur hem aan. Hij neemt dienst bij het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) en trouwt in 1932 met een Javaanse vrouw van Duitse afkomst.Het echtpaar krijgt drie dochters: Lies, Ineke en Trudy.

Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog brengt angstige tijden. Lang denkt men dat de strijd aan Nederlands-Indië voorbij zal gaan. Maar dat blijkt ijdele hoop: begin 1942 wordt de archipel na een korte strijd bezet door het Japanse leger. Alle Indische en Nederlandse militairen worden als krijgsgevangenen afgevoerd. Na enige tijd belandt Klaas Smit op Sumatra, waar de mannen moeten werken aan een spoorlijn die de twee kusten van het immense eiland met elkaar moet verbinden. Velen bezwijken aan de ontberingen. Duizenden Nederlandse dwangarbeiders sterven langs de spoorlijn. Het leven van de Indonesische romoesja’s is zo mogelijk nog minder waard. Smit houdt het lang vol maar een combinatie van beriberi en buiktyfus wordt hem, in het zicht van de bevrijding, fataal. 

Het gezin Smit

Zijn vrouw en dochters belanden in verschillende Jappenkampen, maar zij overleven. De jongste dochter Trudy weet er weinig meer van: ‘Ik was twee jaar oud toen mijn vader werd weggevoerd, ik heb hem eigenlijk niet gekend. Van het kampleven heb ik geuren en geluiden onthouden, soms heb ik fragmentarische herinneringen. Ik weet nog dat er een slang onder het bed zat, of zing ik de woorden van het Japanse volkslied, dat soort dingen. Wat me nog wel helder voor de geest staat is dat ik ernstig ziek ben geweest en dat mijn moeder me heeft toevertrouwd aan een ‘goede’ Japanner die ervoor kon zorgen dat ik in een ziekenboeg werd behandeld. Zonder hem had ik hier niet gestaan. Het was meer een kwade droom die ook weer weg ging; mijn zussen waren ouder en hebben er meer last van gehad. Van de angstige Bersiaptijd en de reis naar Nederland heb ik een duidelijk beeld; ik kreeg schoenen en wist eigenlijk niet hoe ik die moest dragen. We hadden, ondanks alles, nog geluk dat de familie van mijn vader ons heeft opgevangen; velen moesten naar barakken of kloosters, en dat na alles wat ze hadden meegemaakt.'

Terug naar Indië

‘Mijn moeder was een sterke vrouw. Ze heeft ons erdoorheen gesleept, daar heb ik grote bewondering voor. Maar ze sprak eigenlijk nooit over het verleden, ik kan wel zeggen dat ik niets wist over de Indische jaren en ook mijn vader en wat hem was overkomen bleef een groot raadsel. Mijn moeder overleed in 1995; alles wat ik had was een foto van mijn vader in een uniform, verder niets.
In 1996 ben ik naar Indonesië geweest, het klinkt misschien gek maar ik moest er gewoon naartoe. Ik stond voor het eerst bij het graf van mijn vader, op het ereveld Leuwigajah bij Cimahi op Java; dat was erg emotioneel. Ik was kwaad dat ik hem nooit had gekend. Eigenlijk was dat bedoeld als afsluiting, ik had niet het idee dat die reis naar de plaatsen van mijn jeugd nog een vervolg zou krijgen.’

Een bericht uit Australië

In 2010 verandert het leven van Trudy Smit. Via de Oorlogsgravenstichting ontvangt ze een e-mail uit Australië. Barbara Vanselow heeft in de nalatenschap van haar ouders een pannetje gevonden met een Nederlandse naam erop en wil graag weten of er nog familieleden van deze man bestaan. Meer dan 60 jaar, tot zijn dood in 1997, heeft George Vanselow het voorwerp zorgvuldig bewaard als dierbare herinnering. Op het metaal staan de namen gekrast van Klaas Smit en zijn vrouw en dochters. Ook de data en plaatsen van zijn KNIL-verband en het moment waarop hij krijgsgevangene werd (8 maart 1942). Verder symbolen als de V van Victorie en Vrijheid en een vraagteken met de kreet ‘Wanneer kom ik hieruit’.

Trudy Smit is uitgelaten blij, zij ervaart het als een bericht van haar vader, ondanks het verdriet dat eruit spreekt. Hij heeft zijn laatste jaren elke dag aan zijn geliefde vrouw en dochters gedacht, hun namen in zijn enige bezit gekrast als een teken van hoop. Bovendien leert het verhaal van Georde Vanselow haar dat Klaas Smit niet alleen was toen hij stierf. Er was iemand die om hem gaf en die hem bijstond op de moeilijkste momenten: ‘Het was echt een ommekeer voor mij, het gaf me rust en ik kon vrede hebben met het verleden. Natuurlijk was ik kwaad en verdrietig dat ik geen vader heb gehad, maar door het contact met de familie Vanselow viel veel op zijn plaats. In augustus 2010 is Barbara naar Nederland gekomen en heeft mij de pan van mijn vader gegeven. Ik kan niet beschrijven wat dat voor mij betekende.’

De reis met Bob Hazenberg

‘Vanaf het moment dat ik berichten uit Australië kreeg ben ik ook over de Pakanbaru-spoorlijn gaan lezen. Ik wilde alles weten, kon de confrontatie met al die ellendige verhalen aan. Vooral het boek van Henk Hovinga, ‘Op dood spoor’, raakte me diep. Tot mijn verbazing zag ik in het register dat er een gevangene van de spoorlijn in Nieuw-Vennep woonde; na wat rondvragen bleek zijn huis een paar straten verder te zijn. Na enige aarzeling heb ik hem opgebeld en met hem gesproken. Het was een breekbare, maar zeer strijdvaardige oude man, en we hadden meteen een geweldig contact. Hij had weliswaar niet met mijn vader in hetzelfde kamp gezeten, maar zijn herinneringen hielpen mij enorm om me voor te stellen wat de omstandigheden in die oorlogsjaren waren.'

'Bob Hazenberg, zo heette hij, was ziek en wilde nog één keer zijn geboorteland Indonesië zien. Zijn kinderen waren erg bezorgd en zagen het niet zitten, maar na wat vijven en zessen werd besloten dat ik hem op die reis zou begeleiden, samen met mijn zus Ineke. Ik kan rustig zeggen dat het een fantastische ervaring is geworden. Eind 2010 waren we bijna zes weken op Java en Bali en we bezochten alle plaatsen van herinnering. Natuurlijk het graf van mijn vader, maar ook de laatste rustplaats van de moeder van Bob en zijn geboortegrond op Bali. We verbleven in allerlei hotels en ontmoetten vele familieleden. Vrijwel heel de reis werden we rondgereden en verzorgd door Bobs vaste gids Yanto Gunawan die in de jaren ervoor als een zoon voor hem was geworden. Het was heel emotioneel, maar niet sentimenteel. Bob wist heel goed dat dit een definitief vaarwel zou worden; hij was heel sterk van geest en wist altijd iets humoristisch te zeggen. Toen hij afscheid moest nemen van Yanto kreeg hij het wel te kwaad, het ging net enorm onweren en ik heb toen gezegd: "Kijk Bob, de goden huilen met ons mee". Bob is vijf dagen na onze terugkeer overleden, het was goed zo. Ik heb een prachtig Chinees beeldje van hem gekregen, een heel dierbaar aandenken aan een bijzonder mens.’

De oorlog in een kind

De gebeurtenissen van 2010 zijn belangrijk geweest voor Trudy Smit: ‘Het is heel verhelderend te merken dat het verleden zo’n grote rol kan spelen. Ze zeggen wel eens dat de oorlog nooit uit een kind verdwijnt en ik kan zomaar zeggen dat dat waar is. Het contact met Barbara Vanselow heeft de herinnering aan mijn onbekende vader tastbaar gemaakt en dat is voor mij van onschatbare waarde. Het lijkt wel of ik een deel van wat me werd ontnomen heb teruggekregen. En de reis naar Indonesië met Bob Hazenberg heeft me geleerd dat mijn wortels in dat land liggen. De geluiden en geuren zijn zo bekend, het voelt als een warme deken, de confrontatie met die verloren wereld biedt me troost. Bob zei ook altijd dat Nederland wel eens voelde als een gevangenis en ik kan nu begrijpen wat hij bedoelde.’