Een brief met bloed besmeurd

Een brief met bloed besmeurd

Het zeemanslied

Op 22 april 1940 viert het echtpaar Assenberg van Eijsden het 25-jarig huwelijksfeest. Familie, vrienden en buren zijn gekomen en er is taart, een borrel en een maaltijd. Wanneer hun zoon Leen, die als militair al maanden gemobiliseerd is, vertrekt zingt het gezelschap net het oude zeemanslied ‘Waarom gaan wij voorgoed van elkander?’ Dochter Wouterina weet het bijna 70 jaar later nog heel goed: ‘Het was zo’n mooie dag en mijn broer, die meer dan negen jaar ouder was, liep met zijn verloofde de weg af. Dat lied is me altijd bijgebleven, want het was de laatste keer dat ik hem zag’.

Een druk bestaan

Het gezin van Leen Assenberg van Eijsden woonde in een rijtje huizen tussen de fabrieken op Vondelingenplaat bij Pernis aan de Nieuwe Waterweg. De industrie had zich stormachtig ontwikkeld en de bewoners leefden letterlijk onder de rook van chemische bedrijven en de opslagtanks van Pakhuismeesteren. Vader en moeder hadden een kruidenierswinkel waar alles te koop was en Assenberg trok er met zijn handel op uit, de rivier op naar de schepen. Leen werkte in de winkel. Elke dag ging hij naar de veerpont om de melkbussen van de boeren te halen. De jongere kinderen spoelden de flessen en Leen vulde ze met verse melk. Vervolgens ging hij met een kar naar de fabriekspoorten om de waar aan de man te brengen.
Het was hard werken maar het gezin was onderdeel van een hechte gemeenschap. De bewoners van Vondelingenplaat kenden elkaar allemaal en ze kwamen dagelijks bij elkaar over de vloer. Milieuregels bestonden nog niet. Wouterina zwom als meisje in de Oude Maas: ‘Een vriendinnetje woonde daar op een ark, we sprongen zo in het water en zochten dan de warme plekken op. We beseften niet dat dat kwam door al het gif en afvalwater dat de fabrieken daar loosden, maar ja, ik ben er nog dus zo erg zal het niet geweest zijn’.

Gevallen op de Grebbeberg

Leen Assenberg van Eijsden werd opgeroepen tijdens de mobilisatie van 1939. Hij diende bij het 2-I-4 Regiment Artillerie in de Grebbelinie. In de winkel werd hij zeer gemist en het viel hem ook zwaar voortdurend van huis te zijn. Hij was net verloofd met Suze de Jong, een meisje van een paar huizen verder. Op 11 mei 1940, de oorlog was een dag eerder begonnen, schreef hij per veldpost naar zijn ouders: ‘Het is nu zaterdagmorgen en wij zitten zoals je wel begrijpen kan in de stelling, nu ik moet je mededelen dat het tot nog toe goed is en ook hard meevalt’. De aanval van de Duitse SS-eenheden zou de troepen op de Grebbeberg echter te veel worden. Op 12 mei werd Leen gedood bij een van de intensieve beschietingen. Zijn ouders ontvingen later een brief van een maat die erbij was geweest:
‘We lagen samen achter een dikke boomstronk toen een vijandelijke granaat ongeveer een meter achter ons uit elkaar sloeg. Na een ogenblik van beduusdheid stond ik op met pijn in mijn rechterschouder, geraakt door een scherf. Toen heb ik hem bij zijn schouder gepakt en door elkaar geschud. Ik zei: “Hé, Assenberg, zeg eens wat”, maar hij was helaas gesneuveld. Ik geef u de absolute overtuiging dat hij plotseling de dood is ingegaan zonder ook maar een moment geleden te hebben, laat u dat een troost zijn’.

Het verlies

Zijn ouders ontvangen zijn persoonlijke bezittingen, waarbij ook een met bloed besmeurde brief van zijn verloofde die hij op zak had tijdens de gevechten. Wouterina vertelt over het verdriet van haar moeder: ‘Ze had in 1921 twee jonge kinderen verloren aan de mazelen. Ze overleden een dag na elkaar. Bovendien werd er in 1938 nog een nakomertje geboren, mijn zusje Marie die heel ziekelijk was en dagelijks moest worden verzorgd. Het verlies van Leen was een enorme klap. We zijn met het gezin heel vaak naar het ereveld op de Grebbeberg geweest’.
Na de oorlog wordt een foto van Leen bewerkt en als een medaillon op het graf geplaatst; dezelfde foto stond thuis op de kast. Het gezin moest door de oorlogshandelingen Vondelingenplaat verlaten om er nooit meer terug te keren. De dood van Leen markeerde het einde van een actief en harmonieus gezinsleven. Wouterina denkt nog vaak terug aan die jaren: ‘Mijn moeder was een pinnige, die stond voor haar kinderen. Leen vergat eens het geld mee te nemen voor het vervoer van de melk. De bootsman van de pont naar Vlaardingen stuurde hem meteen weg, hoewel hij Leen al jaren kende. Mijn moeder is ernaar toe gegaan en heeft een paar woorden gesproken met de directeur van de fabriek. Vanaf dat moment heeft Leen nooit meer problemen gehad, sterker nog: hij hoefde nooit meer te betalen’.

Niet vergeten

Ook na de dood van de ouders zijn de zussen van Leen trouw naar zijn graf gegaan. Nu worden die bezoeken minder en slaan ze de plechtigheid op 4 mei wel eens over. Maar de herinneringen blijven. Zijn zus Wouterina kan er fel over zijn: ‘Ik heb het fotoalbum van Leen, met een sportwedstrijd op de omslag, en ik kijk er nog vaak in, al die beelden uit een ver verleden. De foto van Leen heeft een ereplaats en toen mijn moeder overleed heb ik zijn ring gekregen. Het was een cadeau van zijn verloofde die na de meidagen al snel verkering had met een Duitse soldaat. Zo wrang kun je het niet verzinnen. Maar dat de ring haar initialen heeft kan me niets schelen. Het was de ring van Leen en zo lang ik leef zal ik hem dragen’.