Een naamgenoot op zoek

Een naamgenoot op zoek

Een actie in Indië

‘We zijn vanmiddag teruggekeerd van een tiendaagse actie. Daar hebben we wat bij meegemaakt. We rukten op en kregen de tweede dag geweldige tegenstand, de kogels floten alle kanten uit. Maar we hebben gelukkig geen verliezen, we zijn allen weer behouden in Garoet aangekomen’. Opgewekte woorden in een brief van 3 december 1947, geschreven door Jan Dirk van Boeijen. Hij is dienstplichtige in de 7 december divisie die orde en rust moet brengen in Nederlands-Indië. Na een korte opleiding van drie maanden is hij in oktober 1946 vertrokken met het schip ‘Johan de Witt’. Een jaar met het bataljon 3-14 RI is hem niet in de koude kleren gaan zitten. Verschillende van zijn maten zijn bij gevechten omgekomen.

De fatale ziekte

Vlak na het schrijven van deze brief wordt Van Boeijen ziek. Er heerst diarree dus in het begin lijkt het niets bijzonders, maar bij hem worden de verschijnselen steeds ernstiger. Waarschijnlijk heeft hij een infectie, amoebe-dysenterie, opgelopen bij het drinken van besmet water. Hij wordt overgebracht naar het militaire ziekenhuis in Tjimahi, waar men met een operatie probeert zijn toestand te verbeteren.
Gerard Prumpeler, die veel met Jan optrekt, noteert in zijn dagboek:
‘Bij ons peloton aangekomen, meteen slecht nieuws, want op zijn 23ste verjaardag is Jan van Boeijen van ons mortierpeloton overleden. Hij was een van de velen die na de barre tocht naar Boengboelan ziek werden, de anderen herstelden vrij vlug maar Jan teerde weg. Dat zal hard aankomen thuis bij zijn ouders en verdere familie. Hij moge rusten in vrede. Hier zal het leven doorgaan, hoewel het vooral bij zijn eigen sectie moeilijk te verwerken valt’.

Een jongen uit de Betuwe

Jan Dirk van Boeijen wordt geboren in Andelst in de Betuwe. Hij heeft vier zussen en een jongere broer Henk met wie hij veel samen doet. Ze kennen een gelukkige jeugd in de landelijke gemeenschap en staan goed bekend in de streek. Jan is een sportieve en ondernemende jongen. Hij is nog geen vijftien als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt en in 1943 wordt hij als vele andere jonge mannen ingelijfd bij de Arbeidsdienst. Een soort dienstplicht voor de bezetter, maar dan om grondwerk en andere zware arbeid te verrichten. In 1944 nadert het strijdgewoel hun woonplaats en het gezin wordt geëvacueerd naar Tilburg. Als de familie Van Boeijen op 30 mei 1945 terugkeert naar de Betuwe weten ze niet wat ze zien. De dorpen en boerderijen zijn verwoest of zwaar beschadigd, de oorlog heeft hun streek veranderd in een puinhoop. Het is meteen na deze moeilijke periode dat de oudste zoon opgeroepen wordt voor dienst in Nederlands-Indië. Zijn dood in januari 1948 laat het gezin ontredderd achter en vooral de jonge Henk verliest zijn grote kameraad met wie hij alles deelde.

Het verdriet van Henk

In de familie van Boeijen wordt verschillend op de traumatische gebeurtenissen gereageerd. Sommige van zijn zussen houden de herinnering levend door vaak over Jan te praten en zijn oorkondes en onderscheidingen op te hangen. Zij reizen veel later zelfs naar Indonesië en bezoeken het graf van hun broer op het ereveld Menteng Pulo. Broer Henk kan dit niet, het is te pijnlijk. Zijn in 1969 geboren zoon noemt hij wel Jan Dirk; het is zijn manier om het verlies een plaats te geven. Deze jongen weet lange tijd weinig of niets van de oom waarnaar hij is vernoemd. Maar wanneer zijn vader overlijdt wordt hij geconfronteerd met het dramatische verleden. Vanaf dat moment laat het hem niet meer los.

Zoektocht naar het verleden

Geen moeite is hem te veel om gegevens over zijn oom en zijn tijd in Nederlands-Indië boven water te krijgen. In de familie verzamelt hij alle foto’s, documenten, brieven en voorwerpen. Hij heeft ook de kist waarin de vaak half vergane bezittingen van zijn oom zijn bewaard: een paar gymnastiekschoenen, flesjes jodium, schoensmeer, een portefeuille, een boekje met het evangelie van Johannes, sigaretten en nog veel meer. Dan gaat hij op pad, naar alle veteranen die zijn oom hebben gekend, naar nabestaanden van andere gesneuvelden, naar iedereen die iets kan vertellen over het bataljon van zijn naamgenoot. Tienduizenden foto’s en gegevens verzamelt hij en er is weinig over de Nederlandse militaire inzet in Indië waarvan hij geen documentatie bezit. De oude Indiëgangers vertellen hem graag hun belevenissen, ze herkennen in hem een gedreven onderzoeker en letterlijk alle deuren gaan voor hem open.

Het boek

Jan van Boeijen zegt: ‘Ik heb verdriet om het verdriet van mijn vader. Hij heeft de dood van Jan nooit kunnen verkroppen. Hij heeft er ook nooit over kunnen praten en is daar de rest van zijn leven depressief door geweest. In 2006 is hij op 13 januari nog een keer langs een oorlogsmonument gefietst, vijf dagen later is hij gestorven. Ik weet zeker dat het door zijn broer kwam.’   
Uiteindelijk moet alles uitmonden in een boek van en over het bataljon van Jan Dirk van Boeijen, als verwerking van de dood van een jonge militair die voor zijn familie en vrienden zo veel betekende.

De website van de Oorlogsgravenstichting maakt gebruik van cookies. Hierdoor wordt onze website gebruikersvriendelijker en kunnen we u beter van dienst zijn.