Menu

Hengelo, plaquette bij Stichting 'Oald Hengel'

Hengelo, plaquette bij Stichting 'Oald Hengel'

Geschiedenis


De plaquette bij Stichting 'Oald Hengel' in Hengelo is opgericht ter nagedachtenis aan de tien personeelsleden van de voormalige Cosa die tijdens het geallieerde bombardement op 6 oktober 1944 zijn omgekomen.

De namen van de tien slachtoffers luiden:

Johanna Assink, Jan Geerdsema, Wilhelmina ter Horst, Sophie Jongman, Klaas Kamp, Hendrika Kippers, Sjoerd Meyer, Roelofje Mulder, Gerhardus Rotgerink en Johanna Stokreef.

Hengelo was voor de bezetter een belangrijke stad, omdat het treinstation een goede verbinding kende met alle delen van Nederland. Al vanaf het eerste moment van de Duitse inval op 10 mei 1940 waren er in de stad schoten te horen. Tijdens de bezetting was het in de regio een komen en gaan van treinen met Duitse manschappen en oorlogsmaterieel. Daarom besloten de geallieerden het Hengelose station te bombarderen om zo het bedrijvige spoorwegknooppunt lam te leggen. Dit had tot gevolg dat de binnenstad van Hengelo na de oorlog voor een groot deel uit ruïnes bestond.

De eerste bombardementen vonden plaats op 23 en 24 juni 1940. Deze werden echter niet uitgevoerd door de geallieerden, maar door de bezetter. Op deze wijze probeerde de bezetter een anti-Engelse stemming te kweken. Ook op 23 augustus werd een dergelijke actie ondernomen. Hierbij kwamen zes mensen om het leven. Bovendien was er veel schade aangericht.

In 1942 begonnen de geallieerden met een reeks bombardementen. Hiermee wilden zij zowel het station als de fabrieken stilleggen. Het offensief werd hoofdzakelijk uitgevoerd door Britse vliegtuigen. In Engeland was men in de veronderstelling dat de fabrieken voor de bezetter werkten. Pas in 1943 werd duidelijk dat dit een vergissing was.

Op 6 en 7 oktober 1944 werd Hengelo het zwaarst gebombardeerd. De geallieerden wilden het spooremplacement in de stad vernietigen, omdat na de Slag om Arnhem (van 16 tot 24 september) het station van de Gelderse hoofdstad totaal was verwoest. Hierdoor kon de bezetter alleen nog het station van Hengelo gebruiken voor de aan- en afvoer van oorlogsmaterieel en troepen. Ook kwamen via Hengelo de V1 en V2-raketten het land binnen om naar Hellendoorn te worden vervoerd. Zij waren het nieuwe wapen van Hitler om de eindoverwinning mee te behalen. Daarom was het station van Hengelo strategisch gezien een belangrijk doel. Op 6 oktober werden er veel vernielingen in de stad aangericht. Ook de Cosa op de hoek van de Telgen en de Markt werd getroffen. Hierbij kwamen tien personeelsleden om het leven.

Het treinstation bleef ongedeerd. Het verzet gaf dit door aan Londen, met als gevolg dat Hengelo de volgende dag werd onderworpen aan een ware bommenregen. Ook de Lambertuskerk werd getroffen door een bom, die dwars door het dak op het altaar viel. Het bleek echter een blindganger te zijn (bommen die niet ontploffen), waardoor de oude kerk voor Hengelo bewaard is gebleven. In totaal zijn op 6 en 7 oktober meer dan 160 Hengelose burgers om het leven gekomen. Naar schatting zijn tijdens de geallieerde bombardementen ook meer dan 200 Duitse slachtoffers gevallen.

Info


Vorm en materiaal
De plaquette bij Stichting 'Oald Hengel' in Hengelo bevat een tekst en de namen van tien oorlogsslachtoffers.

Tekst
De tekst op de gedenkplaat luidt:

'TER NAGEDACHTENIS AAN
ONZE PERSONEELSLEDEN
DIE OP DEZE PLAATS
BIJ HET BOMBARDEMENT
OP 6 OCTOBER 1944
HET LEVEN LIETEN
JOHANNA ASSINK
JAN GEERDSEMA
WILHELMINA TER HORST
SOPHIE JONGMAN
KLAAS KAMP
HENDRIKA KIPPERS
SJOERD MEYER
ROELOFJE MULDER
GERHARDUS ROTGERINK
JOHANNA STOKREEF.'

Overige info


Bron
De brochure Oorlogsmonumenten Route (naar aanleiding W.O. II) Hengelo van 3 april-5 mei 1995.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief