Menu

Eugène Auguste Plouvier

1909 - 1942

Oorlogsslachtoffer

Is 33 jaar geworden

Geboren op 21-07-1909 in Vlissingen

Overleden op 02-11-1942 in Atlantische Oceaan a/b s.s. Zaandam



Militair onderdeel

Afbeeldingen

Website onderhoud

Onze website en de database erachter zijn recent helemaal vernieuwd.

Wij werken op dit moment hard om de laatste puntjes op de i te zetten. Zo zijn nog niet alle bijdrages gekoppeld aan de persoonskaarten. Mocht u nog iets missen, dat kunnen wij u ervan verzekeren dat er hard wordt gewerkt om dit te herstellen.

Ook de bestelprocedure van de bloemen is vereenvoudigd. Mocht het bestellen van een bloemlegging toch niet lukken, neemt u dan contact met ons op.

Onze excuses voor het eventuele ongemak.

Bijdragen

De volgende bijdragen zijn door bezoekers toegevoegd:

Een twijfelachtig record...

Eugene Auguste PLOUVIER is, voor zover nu bekend, als enige Nederlandse zeeman VIER maal met een schip tot zinken gebracht tijdens de Tweede Wereldoorlog. Als machinist is hij in zijn positie in de machinekamer extra kwetsbaar, door de kleinere... Lees meer
Eugene Auguste PLOUVIER is, voor zover nu bekend, als enige Nederlandse zeeman VIER maal met een schip tot zinken gebracht tijdens de Tweede Wereldoorlog. Als machinist is hij in zijn positie in de machinekamer extra kwetsbaar, door de kleinere kans om een aanval te overleven. In 1939 krijgt een mijn explosie op de SPAARNDAM op de Noordzee hem er niet onder, en een jaar later in 1940 overleeft hij ook een torpedo aanval op de VOLENDAM in het midden van de Atlantische Oceaan. Zelfs bij een derde torpedo, nu op de MAASDAM in 1941, ontspringt hij de dans in het noorden van de Atlantische Oceaan. Maar de volgende torpedo aanval, op de ZAANDAM in 1942 in het zuidelijke deel van de Atlantische Oceaan, wordt hem uiteindelijk fataal. Eugene Auguste Plouvier verliest in elk jaar van de Tweede Wereldoorlog een schip, maar blijft desondanks zijn taken plichtsgetrouw uitvoeren tot zijn laatste dag. Hij is daarmee een gedenkwaardige vertegenwoordiger van de Nederlandse Koopvaardij tijdens de Tweede Wereldoorlog, die in deze genadeloze zee oorlog grote offers heeft gebracht en daarvoor grote lof en respect verdient. Sluiten
Bron: Nederlands Instituut voor Militaire Historie

Geplaatst door Jos Rozenburg op 15 december 2019

De aanval op de Zaandam

Het passagiersschip Zaandam (kapitein Jacob Matthias Stamperius) vertrekt uit Kaapstad (Zuid Afrika) op 21 oktober 1942 met een lading koper, bestemd voor New York (USA). Aan boord zijn 112 bemanningsleden, 18 Amerikaanse kanonniers voor het... Lees meer
Het passagiersschip Zaandam (kapitein Jacob Matthias Stamperius) vertrekt uit Kaapstad (Zuid Afrika) op 21 oktober 1942 met een lading koper, bestemd voor New York (USA). Aan boord zijn 112 bemanningsleden, 18 Amerikaanse kanonniers voor het boordgeschut en 169 passagiers, waarvan de meeste overlevenden zijn van de eerder getorpedeerde Amerikaanse schepen Coloradan, Examelia, Chickasaw City, Swiftsure and Firethorn. Om 16.17 uur op 2 november 1942 wordt de alleenvarende Zaandam getroffen door een torpedo aan bakboordzijde in de machinekamer, afgevuurd door de Duitse onderzeeboot U-174 (Fregattenkapitän Ulrich Thilo), op ongeveer 300 mijl ten noorden van Cape Sao Roque (Brazilië). Om 16.28 uur treft een tweede torpedo het schip tussen ruim II en III aan bakboordzijde, waarna de Zaandam over de boeg wegzakt en binnen twee minuten zinkt. De kapitein, 55 bemanningsleden (waaronder derde machinist Eugene Auguste Plouvier), 10 Amerikaanse kanonniers en 69 passagiers verliezen daarbij het leven. De overlevenden verlaten het schip in drie reddingboten en twee vlotten. De U-174 komt boven water en ondervraagt de inzittenden, waarna de onderzeeboot verdwijnt. In de dagen daarna raken de reddingboten en vlotten verspreid en verliezen elkaar uit het oog. Op 7 november worden 106 overlevenden in twee reddingboten gevonden en gered door de Amerikaanse tanker Gulfstate. Twee slachtoffers overlijden aan boord aan hun verwondingen, en een derde komt later om in Belem (Brazilië), na eerst te zijn overgezet met drie andere gewonden op het Amerikaanse oorlogsschip USS Winslow (DD 359) die hen daar vervolgens aan wal brengt. Op 10 november bereikt de derde reddingboot, zwaar lekkend en beschadigd, de kust nabij Barreirinhas (Brazilië), waar later nog twee mannen sterven aan hun ontberingen en daar begraven worden. Drie overlevenden op een vlot worden pas opgepikt op 24 januari 1943 na 83 dagen (!) op zee te hebben doorgebracht. Het Amerikaanse patrouilleschip USS PC-576 vindt ze, bezig met de begeleiding van het konvooi TB-3 van Trinidad naar Brazilië. Ze zijn zwaar ondervoed en worden twee dagen met vloeibaar voedsel gevoed. Na aankomst in Pernambuco (Brazilië) verblijven ze nog zes weken in het ziekenhuis om aan te sterken. Sluiten
Bron: Nationaal Archief Den Haag, archiefinventaris 2.12.30/2.16.31/2.16.32/2.16.40/2.16.54/2.06.084; Nederlands Instituut voor Militaire Historie; Website Duitse onderzeeboten in WW2 www.uboat.net

Geplaatst door Jos Rozenburg op 15 december 2019

De aanval op de Maasdam

De Maasdam vertrekt medio juni 1941 uit Halifax (Canada) in konvooi HX-133 voor een oversteek van de Atlantische Oceaan naar Liverpool (VK). Aan boord zijn 32 passagiers, deels Amerikaanse verpleegsters van het Rode Kruis en deels militairen van... Lees meer
De Maasdam vertrekt medio juni 1941 uit Halifax (Canada) in konvooi HX-133 voor een oversteek van de Atlantische Oceaan naar Liverpool (VK). Aan boord zijn 32 passagiers, deels Amerikaanse verpleegsters van het Rode Kruis en deels militairen van het United States Marine Corps, bestemd voor dienst op de Amerikaanse ambassade in Londen. In de vroege ochtend van 27 juni 1941, op ongeveer 300 mijl ten zuiden van IJsland, nadert de Duitse onderzeeboot U-564 (Oberleutnant zur See Reinhard Suhren) het konvooi ongezien en vuurt drie torpedo’s af op drie verschillende schepen. De Maasdam en de Britse Malaya II worden getroffen, maar de derde torpedo mist de Nederlandse tanker Magdala. De Maasdam (kapitein J.P. Boshoff) wordt geraakt aan bakboordzijde in Ruim II. In de explosie worden verschillende reddingboten vernietigd, maar de bemanning en de passagiers weten snel het schip te verlaten in de overblijvende boten. Kort daarop zinkt het schip weg. Twee passagiers worden vermist, beide Rode Kruis verpleegsters. De andere overlevenden worden gered door twee Noorse schepen. Onder de overlevenden is ook derde machinist Eugene Auguste Plouvier. Hij wordt aan boord gebracht van de Noorse tanker Havprins. Als een van de Amerikaanse verpleegsters in het water wordt gezien, gaat Plouvier haar achterna om haar te helpen. Ze is waarschijnlijk bevangen door de kou en de gebeurtenissen en hij kan haar ondanks verwoede pogingen niet redden. Voor zijn moedige poging ontvangt hij later de Bronzen Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon. De overlevenden worden aan land gebracht in Barry (VK). Sluiten
Bron: Nationaal Archief Den Haag, archiefinventaris 2.12.30/2.16.31/2.16.32/2.16.40/2.16.54/2.06.084; Nederlands Instituut voor Militaire Historie; Website Duitse onderzeeboten in WW2 www.uboat.net

Geplaatst door Jos Rozenburg op 15 december 2019

De aanval op de Volendam

Het passagiersschip Volendam (kapitein J.P. Wepster) wordt door de Britse autoriteiten aangewezen als deelnemer aan het ‘British children evacuation programme’, een initiatief om Britse kinderen te evacueren naar het veilig geachte Canada en de... Lees meer
Het passagiersschip Volendam (kapitein J.P. Wepster) wordt door de Britse autoriteiten aangewezen als deelnemer aan het ‘British children evacuation programme’, een initiatief om Britse kinderen te evacueren naar het veilig geachte Canada en de Verenigde Staten. In Liverpool komen 320 kinderen met hun begeleiders aan boord. Daarnaast zijn er nog 286 andere passagiers en 273 bemanningsleden, totaal 879 personen. De Volendam is toegewezen aan konvooi OB-205 als vlaggenschip, reden waarom de Konvooi Commodore Admiraal G.H. Knowles ook embarkeert. De reis is gepland van Liverpool naar Halifax (Canada) en daarna door naar New York (USA). Op 29 augustus 1940 vertrekt de Volendam uit Liverpool en formeert buitengaats op met de andere schepen van het konvooi. Een dag later, op de Atlantische Oceaan, stopt het konvooi met zigzaggen na het invallen van de duisternis, om elkaar in de donkere nacht niet uit het oog te verliezen. Om 23.00 uur op 30 augustus wordt de Volendam onverwacht getroffen door een torpedo van de Duitse onderzeeboot U-60 (Kapitän leutnant Adalbert Schnee), op ongeveer 200 mijl ten westen van Bloody Foreland (UK). De torpedo raakt het schip aan stuurboordzijde in ruim I, waardoor er een gat ontstaat van 16 x 10 meter en zowel ruim I als II vol lopen met zeewater. Het schip begint zwaar voorover te hellen, de wind neemt toe tot windkracht 6 en het lot van de Volendam wordt onzeker. De kapitein besluit dat het veiliger is om het schip te verlaten en om 01.00 uur op 31 augustus worden 18 reddingboten te water gelaten. Gelukkig is de procedure in de haven vooraf beoefend en de hele procedure verloopt voorspoedig, ondanks dat het weer is verslechterd tot windkracht 8. De kinderen zingen liederen, zoals Roll out the Barrel, totdat ze worden gered door drie andere schepen uit het konvooi, de Britse schepen Bassethound en Valldemosa en de Noorse Olaf Fostenes, die iedereen (ook vierde machinist Eugene Auguste Plouvier) terugbrengen naar Groot-Brittannië. Slechts één slachtoffer is te betreuren in de aanval, een purser komt om bij het van boord gaan door een ongeval. Zijn lichaam spoelt later aan bij de plaats Tiree (Ierland) en wordt daar begraven. Later zijn de stoffelijke resten overgebracht naar Mill Hill cemetery in London (VK). De Volendam wordt op sleeptouw genomen door de Britse sleepboot HMS Salvonia (W 43) en arriveert nabij Glasgow in de ochtend van 2 september. Besloten wordt om het schip in een baai nabij het eiland Bute aan de grond te zetten ter inspectie van de schade. Duikers vinden daar een tweede torpedo, vastzittend in de boeg, die niet is geëxplodeerd. De U-60 heeft een salvo afgevuurd van twee torpedo’s, en aangenomen wordt dat de explosie van de eerste torpedo er voor zorgt dat de tweede zodanig werd beschadigd dat die niet ontploft. Later wordt het schip weer vlot gebracht en in een dok gerepareerd bij Cammell, Laird. Daar wordt het omgebouwd tot troepen transportschip en komt weer in dienst in juli 1941. Tot het einde van de oorlog vervoert de Volendam meer dan 100.000 militairen. Sluiten
Bron: Nationaal Archief Den Haag, archiefinventaris 2.12.30/2.16.31/2.16.32/2.16.40/2.16.54/2.06.084; Nederlands Instituut voor Militaire Historie; Website Duitse onderzeeboten in WW2 www.uboat.net

Geplaatst door Jos Rozenburg op 15 december 2019

De aanval op de Spaarndam

Het vrachtschip Spaarndam (kapitein Folkert Hendrik Dobbenga) verlaat New Orleans (USA) op 22 september 1939 met 45 bemanningsleden en één passagier. Het schip vaart door de Caribische Zee en de Atlantische Oceaan en meldt zich op 10 oktober bij... Lees meer
Het vrachtschip Spaarndam (kapitein Folkert Hendrik Dobbenga) verlaat New Orleans (USA) op 22 september 1939 met 45 bemanningsleden en één passagier. Het schip vaart door de Caribische Zee en de Atlantische Oceaan en meldt zich op 10 oktober bij de ankerplaats The Downs nabij Londen (VK) voor een inspectie van de lading en de scheepspapieren. De Spaarndam wordt vrijgegeven door de Britse autoriteiten op 26 november en verlaat de ankerplaats op 27 november in de vroege ochtend. Als in de Thames monding het Tongue Lichtschip wordt gepasseerd raakt de Spaarndam een zeemijn, die daar op 12 november is gelegd door de Duitse destroyers Wilhelm Heidkamp, Hermann Kuhne, Hans Lindemann en Karl Galster. In de explosie komt een bemanningslid om. Nadat het schip is gestopt, gaan de overlevenden in de reddingboten, maar reddingboot 6 komt hard in botsing met de scheepshuid en alle inzittenden vallen in het water. Drie mensen komen om voordat ze kunnen worden gered. Matroos Penning wordt later geprezen voor zijn inspanningen om de enige passagier, een bejaarde dame, te helpen. Ze vallen beide in het water als reddingboot 6 kapot slaat, en hij doet zijn uiterste best om haar te helpen en boven water te houden. Maar ondanks zijn inspanningen overlijdt ze uiteindelijk. Reddingboot 5 komt verticaal te hangen als een talie losschiet en ook hier raakt iedereen te water, maar hier zijn geen slachtoffers te betreuren. De Britse loodsboot Prudence vindt na enige uren de overlevenden en neemt iedereen aan boord, inclusief vierde machinist Eugene Auguste Plouvier. Voordat het schip de wal bereikt overlijdt nog een bemanningslid aan boord aan zijn verwondingen. De Spaarndam blijft drijven gedurende de dag, maar een uitbrekende brand zorgt ervoor dat het schip niet te redden is. Het schip loopt aan de grond, waarna het de volgende dag op die positie zinkt. Later wordt het wrak geruimd omdat het een gevaar voor de andere scheepvaart oplevert. Sluiten
Bron: Nationaal Archief Den Haag, archiefinventaris 2.12.30/2.16.31/2.16.32/2.16.40/2.16.54/2.06.084; Nederlands Instituut voor Militaire Historie; Website Duitse onderzeeboten in WW2 www.uboat.net

Geplaatst door Jos Rozenburg op 15 december 2019

Voeg zelf een monument toe

Log in om een monument toe te voegen

Voeg zelf een bijdrage toe

Log in om een bijdrage toe te voegen

Zeemansgraf


Vak/rij/nummer Koopv

Monument

Naam:
Rotterdam, HAL-monument

Plaats:
Rotterdam

Nationaal archief

Bekijk

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief