Andries de Jonge
1917-1945
Oorlogsslachtoffer
Is 28 jaar geworden
Geboren op 17-02-1917 in Den Haag
Overleden op 08-03-1945 in Wassenaar, Waalsdorpervlakte
Afbeeldingen
Afbeelding toevoegen?
Klik hierBijdragen
De volgende bijdragen zijn door bezoekers toegevoegd:
Deel 2 levensverhaal: Andries de Jonge, dood en rehabilitatie van een rechtvaardig man
Erg, hè, van je man hoorde ze in Drenthe een kennis tegen haar zeggen. Trui antwoordde dat hij goed aan het opknappen was na zijn ziekte. De grond zakte onder haar voeten vandaan toen de kennis zei dat Andries door de Duitse bezetter gefusilleerd was. Via een vrachtwagen van het Rode Kruis ging ze in maart 1945 meteen met de twee kinderen terug naar Den Haag. Daar trof ze een leeggeroofd huis aan. Geen man meer en geen spullen. Met hulp van haar familie moest ze zich zien te redden. Het leven was zwaar voor haar. Ze was pas 27 jaar en had eerder al drie van haar kinderen en haar vader verloren. Naast alle andere onbekende verschrikkingen van de oorlog die ze zal hebben meegemaakt.
Na de oorlog probeerde ze een uitkering te krijgen. Deze werd afgewezen met de woorden "Je man zal wel voor de Duitsers gewerkt hebben". Daar stond ze dan, geen geld en monden die gevoed moesten worden. Er zat niets anders op dan te gaan werken in de schoonmaak. En dochter Willy van acht jaar op haar broertje Dries van tweeënhalf jaar te laten passen. 's Avonds zocht Trui troost bij haar broers en zussen. Later schreef ze een brief aan de Koningin waarin ze nogmaals om een uitkering vroeg. Die werd gelukkig gehonoreerd met een klein pensioen. Dit kon echter niet voorkomen dat zij en haar kinderen in grote armoede leefde.
In de eerste jaren na de oorlog ging Trui op 4 mei nog naar de jaarlijkse dodenherdenking op de Waalsdorpervlakte om Andries te herdenken. Haar familie ondersteunde haar op die dag. Waarschijnlijk is ze hiermee gestopt toen ze haar nieuwe man leerde kennen. In 1951 hertrouwde ze namelijk met Hendrik die meubelmaker was. Ze heeft nooit over Andries willen praten. Ze vond dat ongepast richting haar tweede man. Ook na zijn vroegtijdig overlijden in 1968, wat haar zeer heeft aangegrepen, is ze blijven zwijgen. Hoogstwaarschijnlijk kon ze het emotioneel niet aan om erover te praten. Daarnaast heeft wellicht meegespeeld dat ze nooit heeft geweten of Andries al dan niet schuldig aan plundering was geweest, hetgeen waarvoor de Duitse bezetter hem had geëxecuteerd. Het trieste is dat in de administratie van de Haagse Politie de stukken waaruit zijn onschuld bleek al die tijd gewoon aanwezig waren. Er is echter nooit iemand geweest die de moeite heeft genomen om haar dit te laten weten.
Ze heeft de rest van haar leven als weduwe doorgebracht. Ze was een lieve oma voor haar vier kleinkinderen. Die altijd wel aan haar merkten dat ze overbezorgd was. De kleinkinderen voelden aan dat ze lief moesten zeggen tegen oma dat alles goed met ze was en dat ze voorzichtig zouden zijn zonder bewust te beseffen waarom ze dat deden.
De dochter van Andries, Willy, had direct na de oorlog ook een bijzonde moeilijke tijd. Ze had als jong kind de verschrikkingen van de oorlog bewust meegemaakt, van de honger tot aan de dode, verminkte mensen langs de weg. En bij thuiskomst zocht ze de straten af naar háár vader André. Daarnaast had ze de zorg voor kleine Dries, die ze daardoor meer als haar kind dan haar broertje zag. De spullen uit het massagraf van haar vader waarmee hij geïdentificeerd was, had ze regelmatig in handen. Dit was de enige manier om nog dichtbij hem te kunnen komen. Haar leven werd wat makkelijker toen haar moeder hertrouwde. Haar stiefvader was lief voor haar. Er was ook weer voldoende geld voor fijne dingen in het leven. En ze mocht met hem mee achterop de brommer naar Hoek van Holland waar de meubelmakerij zat.
Het verlies van haar vader en de verschrikkingen van de oorlog heeft ze nooit een plek kunnen geven. Tot aan haar dood op 87 jarige leeftijd kon ze er zelfs met haar eigen gezin nauwelijks over praten omdat de herinneringen te pijnlijk waren. Wel heeft ze zichzelf in haar laatste jaren overwonnen door op verzoek van haar kinderen veel aan papier toe te vertrouwen. Anno november 2024 zijn zij dit aan het lezen en kunnen er hierdoor meer waardevolle herinneringen in de toekomst gedeeld worden.
De zoon van Andries, die vernoemd was naar zijn vader, was na de oorlog zwak. Hij werd daarom als Bleekneusje een tijdje naar Brabant gebracht om daar aan te sterken. De komst van een nieuwe 'vader' in het gezin was voor hem moeilijk. Daarom besloot hij op 13 jarige leeftijd als matroos weg van huis te gaan. Hij heeft zijn hele leven moeite met autoritaire mensen gehad. Iets wat waarschijnlijk deels voortkwam uit zijn moeilijke kinderjaren. En deels uit de eigengereidheid en sterke persoonlijkheid die de familie de Jonge kenmerkt. Hij heeft zijn vader nooit bewust meegemaakt. En van zijn familie weinig over hem gehoord. Wel keek hij trouw ieder jaar naar de dodenherdenking op TV vanuit de Waalsdorpervlakte. En had hij in de slaapkamer een pasfoto vergroot tot A4 van zijn vader hangen. Zijn kinderen dachten dat het een foto van hemzelf was. Zo veel leek hij op zijn vader.
Toen zijn moeder in 1996 overleed werd hij nieuwsgieriger naar waarom zijn vader op het Ereveld in Loenen begraven lag. Het doosje met identificatiespullen van zijn vader had hij inmiddels in handen vanuit de inboedel van zijn moeder. Dit leidde tot de start van een onderzoek. Niet wetende dat hem dit vele jaren en gerechtelijke procedures zou kosten om achter een deel van de waarheid te komen. De nieuwsgierigheid ging al gauw over tot een strijd voor rechtvaardigheid, voor zijn vader, moeder,hemzelf en de rest van de familie. Hij kwam er namelijk achter dat in een officieel onderzoek van en voor de gemeente Den Haag zijn vader en de tien andere burger slachtoffers van de aanslag op Rauter voor plunderaars waren uitgemaakt. Daar waar L. de Jong nog spreekt over vermeende plunderaars. Hij wilde ongeacht de uitkomst weten wat hiervan waar was. Door zijn onderzoek, her en der geholpen door meelevende archivarissen, kreeg hij naast stukken over de onschuld van zijn vader ook stukken in handen die de onschuld van lotgenoten van zijn vader bewees. Ook voor deze tien mensen en hun familie heeft hij zijn uiterste best gedaan om de waarheid boven water te krijgen. Met alle feiten heeft hij zich vervolgens ingezet voor de rehabilitatie van de elf lotgenoten. Twee ministers hebben zijn verzoek afgewezen met de uitleg dat ze hier geen rol in konden spelen. Door tussenkomst van de Nationale Ombudsman heeft minister Hirsh Balin deze mensen wel gerehabiliteerd. Toen de bewuste brief binnenkwam was zijn vrouw net even weg en belde hij zijn jongste dochter om haar geëmotioneerd en dankbaar te vertellen dat het was gelukt. Hij heeft alle nabestaanden vervolgens opgespoord, ze laten weten wat er met hun familielid was gebeurd en dat er inmiddels een officiële rehabilitatie had plaatsgevonden.
De jongste dochter van Andries jr. kreeg door het overlijden van haar vader het doosje met de identificatieresten van haar opa in handen. Zij voelde zich geroepen te zorgen dat het goed terecht kwam. Zij en haar zus hadden zo lang als ze zich konden herinneren geweten dat hun opa gefusilleerd was op de Waalsdorpervlakte. Ze hadden ook ieder jaar op TV de dodenherdenking gezien en gedurende de 2 minuten stilte onder andere aan opa gedacht. Ze had de strijd van haar vader meegemaakt voor de rehabilitatie van haar opa en zijn primaire emotie bij het succes daarvan uit de eerste hand gevoeld. Verder wist ze door een schriftelijk bedankje van haar vader na een zwaar ziekbed dat hij God had gevraagd om een ontmoeting met zijn vader mogelijk te maken mocht hij sterven. Haar vader was geen gelovig man en sprak nooit over zulke zaken. Dat hij dit zo opschreef bevestigde de onuitgesproken gevoelens dat het verlies van zijn vader heel diep zat. Ook had zij als tiener samen met haar moeder het graf van opa bezocht toen ze in de buurt waren. Dit was de eerste keer dat ze zich bewust kon herinneren dat ze daar was. Het maakte diepe indruk door de serene rust en grootsheid van het Ereveld Loenen, daar tussen al die oorlogsslachtoffers. Maar vooral ook omdat er op de grafsteen A. de Jonge stond. Dezelfde naam als haar vader en zijzelf! Op de een of andere manier gaf dat een verbondenheid.
Voor haar staat het verhaal van opa de Jonge in een schril contrast met het verhaal van haar opa van moeders kant. Dat waren verhalen over de Joodse onderduikers die haar grootouders in huis hadden. En de bonkaarten die haar opa achterover drukte voor gezinnen met onderduikers. Door geluk en wijsheid hebben de onderduikers en die familie het er goed vanaf gebracht ondanks meerdere spannende momenten waarop het bijna mis was gegaan. Twee families, beiden in delfde levensfase met jonge kinderen, de ene die zonder al te veel kleerscheuren door de oorlog komt ondanks illegale acties in de ogen van de Duitse bezetter. De andere die een geliefd man en vader verliest omdat hij stomweg op het verkeerde moment op de verkeerde plaats was. Hoe onvoorspelbaar en willekeurig kan oorlog zijn!
Door al deze gebeurtenissen en gevoelens wilde ze voor de hele familie dat de spulletjes van haar opa Andries een goede bestemming zouden krijgen. En waar zou dat beter kunnen dan bij de Oorlogsgravenstichting die ook gezorgd had voor behoud van de stoffelijke resten van haar opa. De spullen horen immers bij haar opa. En het geeft de hele familie rust dat zij niet meer hoeven te zorgen dat het veilig behouden blijft. Daarnaast hopen ze dat er op deze manier nog iets goeds uit ontstaat door nieuwe generaties te laten zien hoe verschrikkelijk oorlog is.
Toch kan de familie bijna 80 jaar na dato de oorlog nog niet volledig achter zich laten. Het onderzoek van en voor de Gemeente Den Haag waarin Andries de Jonge s.r. en zijn burgerlotgenoten als plunderaars vermeld staan is nog steeds als officieel onderzoek openbaar. En er is geen rectificatie hierin opgenomen voor de elf burgerslachtoffers van de Rauter aanslag. Het onderzoek van Andries de Jonge j.r. met de officiële rehabilitatie is wel gekoppeld (geweest) aan dit onderzoek. Op internet duiken echter af en toe toch nog verwijzen op naar dit deel van de geschiedenis zonder rectificatie. De kleinzoon van Andries jr. voelt zich geroepen om in de toekomst mogelijk dit onrecht uit de wereld te krijgen als eerbetoon aan zijn opa en overgrootvader. Hij heeft al eens eerder een schoolverslag gemaakt over wat er met zijn overgrootvader gebeurd is in de oorlog door zijn opa diepgaand te interviewen. De oorlogsgeschiedenis leeft dus nog steeds door in de derde generatie en maakt nieuwe geschiedenis in de toekomst.
SluitenGeplaatst door Anyal Derksen - de Jonge op 02 februari 2025
Over Andries de Jonge.
Geplaatst door Jurriaan Wouters op 03 januari 2025
Deel 1 levensverhaal: Andries de Jonge, de dood van een onschuldig man
Andries de Jonge, geboren op 17 februari 1917 in Den Haag, was de veertiende van totaal zestien kinderen. Misschien was het groeiende aantal kinderen er wel de oorzaak van, dat het gezin in totaal in zestien verschillende huizen woonde. Maar er gaan ook verhalen dat om leegstand te voorkomen verhuurders nieuwe vloerbedekking of behang aanbrachten om zo huurders aan te trekken. In ieder geval heeft Andries in de Tuinderslaan en Westerstraat gewoond waar zijn opa en oma ook inwoonden. Toen hij negen jaar oud was verhuisde het gezin naar de Boecopstraat. De buurt was in die tijd een rommelig geheel met krappe hofjeswoningen van huisjesmelkers, loodsen en de gemeentelijke vuilstort. Bij warmere dagen was de stank in de omgeving nauwelijks te verdragen.
De vader van Andries was in 1896 vanuit Zeeland naar Den Haag gekomen om vrijwillig bij het Grenadiers en Jagers Garderegiment in dienst te gaan. Na oneervol ontslag door een voorval in 1899 werd hij schillenboer met een grote wijk in Den Haag. Aannemelijk is dat Andries nu en dan met zijn vader mee ging om schillen te verzamelen. Waar en hoe lang hij op school heeft gezeten is onbekend. Wel dat hij van beroep huisschilder werd.
Andries was geliefd bij de meisjes. Hij was een vrolijke en charmante jonge man met blauwe ogen en blonde lokken. Op 11 september 1935 trouwde hij dan ook in Den Haag en kreeg 5 kinderen. Het gezin woonde in een bovenwoning aan de Van de Veldestraat. De eerste dochter werd geboren begin 1936 en overleed datzelfde jaar, 9 maanden oud. Zijn tweede dochter werd in 1937 geboren en geniet anno 2024 nog van het leven. De derde dochter werd in 1939 geboren en overleed op 4 jarige leeftijd eind 1943 aan de kroep (difterie). In 1941 kwam een vierde dochter in het gezin. Zij overleed in hetzelfde jaar, 10 maanden oud. Tenslotte kreeg hij eind 1942 nog een zoon die 80 jaar is geworden.
De oorlog was een moeilijke tijd voor het gezin. Naast het verlies van de 3 kinderen overleden in mei 1942 zowel de vader van Andries als zijn schoonvader, 1 dag na elkaar. In augustus 1942 werd hij ook nog eens opgepakt en naar Oekraïne en Duitsland gestuurd om daar onder andere als betonwerker dwangarbeid te verrichten. In zijn paspoort is hiervan een stempel van station Bentheim te zien. Door de Arbeitseinsatz heeft hij de geboorte van zijn zoon niet mee kunnen maken. En mogelijk ook het sterven van zijn 4 jarige dochtertje niet. Eind 1943, begin 1944 ging 's nachts opeens de deurbel. Zijn dochtertje van 6 jaar, Willy, keek uit het raam en zag pappa staan. Hij was uit Oekraïne gevlucht en had lopend zijn weg terug gevonden. Het is onbekend wanneer dit precies geweest is. Wel is er een Bewijs van Toekenning voor de Invaliditeitswet. Door het betonwerk had hij namelijk rugklachten gekregen. Deze kaart met ingang 18 november 1943 is uitgegeven op 1 februari 1944 in Den Haag en door Andries zelf ondertekend. Toen was hij dus in ieder geval weer thuis bij zijn gezin.
Gelukkig zijn er ook wat verhalen van de oorlogstijd met fijnere momenten. Zo ging hij samen met zijn vrouw naar de film, waarschijnlijk Die golden Stadt met muziek van Smetana: Die Moldou. En danste hij in de woonkamer met zijn dochtertje op de muziek Lou met de geit van Lou Bandy.
Het gezin kon nog ongeveer een krap jaar bij elkaar blijven. In de Hongerwinter van 1944 -1945 ging zijn vrouw met de twee kinderen lopend naar Drenthe om daar aan eten te komen. In die tijd is Andries op 3 maart 1945 door de Nederlandse Politie opgepakt op aangeven van een burger voor mogelijke plundering in het Bezuidenhoutkwartier na het Engelse vergissingbombardement aldaar. Het verhaal in de familie gaat dat hij daar naartoe was gegaan om te proberen zijn salaris te innen. Hij zat met meerdere gearresteerden in bewaring aan het Lyceumplein in afwachting van onderzoek of er strafbare feiten waren gepleegd. In de nacht van 6 op 7 maart 1945 werd echter bij Woeste Hoeve bij Apeldoorn door het verzet een aanslag gepleegd waarbij onopzettelijk SS'er Rauter verwond werd. Als vergelding voor deze aanslag heeft de Duitse bezetter door heel Nederland 263 mensen geëxecuteerd. In Den Haag heeft SS'er Munt op 7 maart 1945 hiervoor 36 mensen opgeëist van de Nederlandse Politie en overgebracht naar het Oranjehotel in Scheveningen. Ze hebben daar twee uur op de gang moeten staan. En zijn midden in de nacht van hun bed gelicht voor een verhoor van een à twee minuten per persoon in het Duits met dezelfde SS'er. Op 8 maart 1945 om 6 uur 's ochtends zijn elf van hen opeens meegenomen en samen met 27 verzetsstrijders naar de Waalsdorpervlakte gebracht. Van 7 tot 11 uur in de ochtend is deze groep, sommigen geblinddoekt anderen niet, per viertallen daar gefusilleerd. Andries de Jonge was één van hen. Op een officieel document is te lezen dat hij op 8 maart naar huis zou zijn gestuurd. Als de onbedoelde aanslag op Rauter er niet tussen was gekomen was hij dus als onschuldig, vrij man die dag weer naar huis teruggekeerd.
In juli 1945 is het lichaam van Andries opgegraven uit de Waalsdorpervlake en herbegraven op de Algemene begraafplaats aan de Kerkhoflaan in Den Haag. Zijn vrouw heeft hem kunnen identificeren door zijn kunstgebit, kledingstukken, (manchet)knopen en een reversspeld met een foto van Fietje, zijn overleden 4 jarige dochtertje. Door ruiming van de graven op de Algemene Begraafplaats heeft de Oorlogsgravenstichting zijn lichaam in 1959 overgebracht naar de Erebegraafplaats in Loenen. Op 15 oktober 2008 heeft Minister van Justitie Hirsch Ballin Andries de Jonge en de tien onschuldige mede burgerlotgenoten gerehabiliteerd omdat zij in onderzoeken na de oorlog onterecht als plunderaars te boek waren gesteld. De zoon van Andries, Andries de Jonge jr., heeft dit door jarenlang onderzoek mogelijk gemaakt
Geplaatst door Anyal Derksen - de Jonge op 07 augustus 2024
Voeg zelf een monument toe
Log in om een monument toe te voegenVoeg zelf een verhaal of document toe
Log in om een bijdrage toe te voegenNationaal archief
Bekijk persoonsdossierLeg bloemen op dit graf
