Menu

Website onderhoud

Zoals u wellicht heeft gemerkt, is onze website veranderd.

Deze is opnieuw gemaakt op een ander CMS platform en daar komen altijd wat problemen uit naar voren. Daar wordt nu hard aan gewerkt en verwachten deze op korte termijn te hebben opgelost.

Zo zijn nog niet alle bijdrages zijn teruggeplaatst, dit gebeurd in etappes, met name ’s nachts. Mist u nog een bijdrage, dan kunt u dit doorgeven, wij zullen u dan informeren wanneer deze is teruggeplaatst.

Het bestellen van bloemen, gaan we ook nog vereenvoudigen. Mocht het bestellen van een bloemlegging niet lukken, neemt u dan contact met ons op.

Onze excuses voor het eventuele ongemak.

Bijdragen

De volgende bijdragen zijn door bezoekers toegevoegd:

De overval op Han de Kruijf op 30 januari 1948 op plantage VADA in Tjinadjoer

Getuigeverklaring van de overval geschreven kort nadat deze plaats vond, in brieven aan mevr. H.A. de Kruijf-Rekelhof, echtgenote van het slachtoffer.Foto: Han vlak voor zijn overlijden op de plantage VADA in Tjiandjoer J. Lasschuit goede... Lees meer

Getuigeverklaring van de overval geschreven kort nadat deze plaats vond, in brieven aan mevr. H.A. de Kruijf-Rekelhof, echtgenote van het slachtoffer.

Foto: Han vlak voor zijn overlijden op de plantage VADA in Tjiandjoer

J. Lasschuit goede vriend en collega:

"De aanslag vond plaats omstreeks 10 uur ’s ochtends op 30 Jan. Ruim ½ uur later was reeds een militaire dokter bij Han aanwezig op Vada (de plantage). Han had veel bloedverlies en heeft onmiddellijk bloed injecties gehad, maar dat hielp niet. Er is toen om een geestelijke gevraagd (aalmoezenier); toen deze kwam was Han echter al niet meer bij bewustzijn. Deze geestelijke heeft toen al datgene gedaan waar hij hier voor gekomen was. Neem het mij niet kwalijk wanneer ik mij als buitenstaander hierin wat moeilijk uitdruk."

Pater Postma:

"Gisteren , 30 Januari, ’s middags om 12 uur werd ik geroepen; hij had de omstanders gezegd, roep de pater om mij te bedienen. Ik nam dus de H. Olie en Ons Heer mee; binnen het half uur waren we op de onderneming Vada, maar helaas, ’t was te laat. Precies om 12 uur had hij de geest gegeven. Toch heb ik hem het H. Oliesel gegeven, omdat het mogelijk was dat zijn ziel nog niet was heengegaan. Daarna hebben we de gebeden der stervenden gebeden en ten slotte de gebeden der overledenen"

J.Verhoeff, technisch medewerker van de plantage

"In antwoord op uw brief van (Vermoedelijk begin maart 1948) wil en kan ik u nog het volgende schrijven. Uw man zat voor in de jeep naast de uitstekend rijdende chauffeur, Soekarna. Achter in de jeep zat een Indonesische ondernemingspolitieman, die evenals uw man bij het herkennen van de vijand op de bende begon te schieten.

Verder zat achter in de jeep de vrouw van de politieman en de cornet (een katjong welke bij alles behulpzaam is).

Kort voor de jeep reed de ondernemings truck-vrachtauto, waarop zich enkele Hollandse militairen bevonden, hoeveel is mij niet bekend. Door het bochtige van de weg ter plaatse van de aanslag waren truck en jeep elkaar uit het oog verloren. De bende welke in hinderlaag in ’t struikgewas langs de kant van de stijle holle weg lag, heeft eerst de truck laten passeren en toen zijn drie van die lieden als O.P. verkleed (ondernemings politieman) op de weg gesprongen en sommeerden de jeep te stoppen. Toen uw man dichtbij de schurken genaderd was en ontdekte wat voor vlees hij in de kuip had , riep hij tot de chauffeur "troes". Deze moet onmiddellijk vol gas gegeven hebben. Daarop werd er van beide zijden hevig geschoten. Een sluipmoordenaar links achterop de hoge berm van de weg schoot vanachter een klapperboom uw man in zijn dij met een dumdumkogel. De chauffeur is toen in volle vaart met uw man op zijn schoot naar Vada gereden.

Zoals bij ons, zal ook u de neiging hebben wat er wel en niet had moeten gebeuren te bedenken.

U gelooft mij , als ik u schrijf dat je er nooit op bedacht kunt zijn, in dit land met z’n aller-onmogelijkste situaties, hoe een aanval en de gevolgen van dien z’n verloop zullen hebben. Het is met ons ondernemingsmensen zo of je moet je uit dit bedrijf terug trekken of je moet je leven daarvoor inzetten. We kunnen niet meer doen als zoveel in ons vermogen ligt bescherming te vragen en op onze weg mee te nemen."

J.Verhoeff, technisch medewerker van de plantage

"Honderd en een vragen zullen u door het hoofd gegaan zijn, o.a. of uw man veel pijn heeft gehad? Of hij wel goed en direct geholpen is na het verraderlijke schot? Nu ik kan daar heel zeker op antwoorden en in gunstige zin. Uw man was nauwelijks met de jeep op het emplacement of allen op het bedrijf waren in de weer om te helpen.

De dokter was heel spoedig ter plaatse en heeft ook gedaan wat hij maar enigszins kon doen. Uw man had echter door slagaderlijke bloeding zoveel bloed verloren dat zelfs het onmiddellijk toedienen van bloedplasma’s niet mocht baten.

Uw echtgenoot is een uur na overlijden met een militaire ziekenwagen naar een ziekenhuis in Tjiandjoer gebracht. Bij de begrafenis in Bandoeng vanuit het Boromeus ziekenhuis die de volgende dag plaats vond kon ik helaas niet aanwezig zijn, daar het bedrijf voortgang moest hebben en slechts twee afgevaardigden van ons employe’s mee konden naar Bandoeng. "

Foto: Platform van 'zijn' plantage VADA in Tjiandjoer

Sluiten
Bron: Zoon H.A.M. de Kruijf

Geplaatst door Coördinator Archief Oorlogsgravenstichting op 23 december 2016

Korte Levensgeschiedenis van Han de Kruijf

Herman Clemens Paul de Kruijf (roepnaam Han) geboren in Pati, Java, op 25 januari 1911, als oudste en enige zoon van een onderwijzersechtpaar dat vanuit IJsselstein (NL) uitgezonden was naar Nederlands-Indië. Pati was de eerste standplaats van... Lees meer

Herman Clemens Paul de Kruijf (roepnaam Han) geboren in Pati, Java, op 25 januari 1911, als oudste en enige zoon van een onderwijzersechtpaar dat vanuit IJsselstein (NL) uitgezonden was naar Nederlands-Indië. Pati was de eerste standplaats van zijn ouders. Daarna verhuisden zij regelmatig van de ene school naar de andere. Zo werd zijn zuster Clementine geboren op Banka /Biliton. Tenslotte werd zijn vader benoemd tot hoofd van de Zeevaartschool in Makassar, Celebes, het huidige Ujung Pandang.


Daar nam Han deel aan allerlei sporten, won zelfs medailles en maakt daar zijn mulo af, om verder te kunnen studeren moest het gezin naar Nederland. Intussen had Han zich zeer sterk gehecht aan het Indie van die tijd, en sprak bijvoorbeeld vloeiend Maleis, wat van cruciaal belang was voor zijn keuzes in later tijd.

Vermoedelijk in 1926 ging het gezin scheep naar Nederland Met uitzondering van de vader die nog een aantal zaken moest afhandelen en enkele jaren later naar Nederland kwam. In Nederland werden zij opgevangen door de familie Rekelhof in Amsterdam. De stiefmoeder van het gezin Rekelhof was een volle nicht van de moeder van Han. Na afronding van zijn HBS in Amsterdam vertrok het gezin naar Wageningen alwaar Han ging studeren aan de toenmalige landbouw hogeschool met als vak tropische bosbouwkunde, met de uiteindelijke doelstelling terug te kunnen keren naar Indie.

Inmiddels had de tweede dochter van de familie Rekelhof, Hendrika Anna,een relatie opgebouwd met Han. Hij slaagde voor het examen en werd vervolgens uitgezonden naar Sumatra voor de Hars en Terpentijn onderneming. Deze onderneming beheerde een groot aantal plantages zowel op Sumatra als op Java en vermoedelijk ook op een aantal andere eilanden. Hij vertrok april 1937 naar Indie waarover hij uitvoerig verslag deed in een reeks brieven.

Uiteindelijk arriveerde hij in Medan, vertrok naar Langsa en vervolgens naar Takengon in Atjeh. Het jaar erna arriveerde zijn echtgenote, die als zogenaamd handschoentje de overtocht maakte. Ze was dus voor vertrek voor de wet getrouwd met een surrogaat bruidegom in Amsterdam. In die tijd een heel gewone zaak. Op 1 juni 1938 werd het kerkelijk huwelijk in Medan voltrokken en vertrok het bruidspaar naar Takengon, Atjeh.

Over deze periode van juni 1938 tot ongeveer april 1940 werden veel brieven over en weer met de familie in Nederland geschreven. Er werd daarin zeer weinig aandacht besteed aan de onrust in Aceh, die er toch echt wel was getuige de verschillende publicaties uit die tijd en waarover ook later veel werd geschreven.


In Takengon werden drie kinderen geboren, Hans (2 juni 1939), Ceciel (5 augustus 1940 en Huub (28 januari 1942). Han werd opgeroepen voor actieve dienst op 8 december 1941. Hij heeft dus zijn zoon Huub niet gezien voordat hij, na de oorlog, terugkeerde naar Medan, op 4 januari 1946.



Na in maart 1942 gevangengenomen te zijn door de Jappen werd Han afgevoerd naar Singapore om vandaar te werk te worden gesteld aan de Birma spoorweg. Na een jaar of twee was deze gereed en werd hij verder vervoerd en kwam hij uiteindelijk terecht in Saigon, klaar om naar de mijnen in Japan te worden afgevoerd. Het einde van de oorlog kwam voor hem ongeveer direct na de atoombom, dwz augustus 1945.

Pas 4 januari 1946 zag Han zijn gezin weer terug in Medan. Hij werd met een militair vliegtuig gebracht en verbleef daarna met ons in het vluchtelingen kamp Polonia, een afgescheiden deel van Medan, waar wij een groot huis deelden met andere gezinnen. In eerste instantie werden Nederlandse gezinnen hier opgesloten beschermd door de Jappen (!!!) tegen de vrijheidstrijders. Daar heeft Han alles in het werk gesteld om naar Nederland terug te kunnen keren, mede in verband met de gezondheid van zijn vrouw.

Uiteindelijk arriveerde het gezin eind juli 1946 in Amsterdam en werd er door familie opgevangen. Er was geen huisvesting mogelijk, niet of nauwelijks bij familie en al helemaal niet elders. Dankzij de (RK) kerk kon onderdak worden gevonden voor de kleinste kinderen in Leiden, waar zij voor de duur van ongeveer drie jaar werden ondergebracht. Het oudste kind werd in De Bilt ondergebracht, de Moeder werd naar Davos gestuurd om te kuren i.v.m. ernstige TBC.

Han verbleef tijdelijk bij zijn ouders in Oegstgeest waar ook zijn zuster met gezin eveneens uit Nederlands-Indie verbleef. Het ziet er naar uit dat Han onder druk werd gezet om weer voor zijn oude werkgever naar Java te gaan. Hij heeft dat geaccepteerd mede omdat hij een gruwelijke hekel aan Nederland had.

Dat was toen onverantwoord, men was op de hoogte van de grote gevaren op Java i.v.m. de guerillastrijders in West en Midden Java. En bovendien hoe kon hij zijn kinderen in de steek laten op zo’n moment?? Voor ons is dat altijd onbegrijpelijk geweest. Wel bleek later dat hij een diep religieuze overtuiging had ontwikkeld, waarin hij met vertrouwen zijn lot in handen van de Heer legde. Uit de brieven naar zijn ouders toen hij weer scheep was gegaan en op Java ging werken, blijkt overigens niet dat hij enige spijt had van zijn beslissing om daar te gaan werken. Hij begon daar halverwege 1947, en werd door guerilla’s vermoord op 30 januari 1948.

Wij, de kinderen hebben als gevolg van deze voor ons nauwelijks te bevatten beslissing een heel nare en liefdeloze jeugd gehad mede omdat onze moeder ook kennelijk ernstige geestelijke schade had opgelopen met grote gevolgen voor haar houding ten opzichte van ons, de kinderen.

Sluiten
Bron: Zoon: H.A.M. de Kruijf

Geplaatst door Coördinator Archief Oorlogsgravenstichting op 13 december 2016

Voeg zelf een monument toe

Log in om een monument toe te voegen

Voeg zelf een bijdrage toe

Log in om een bijdrage toe te voegen

Categorieën

Leg bloemen op dit graf

Wilt u graag bloemen laten leggen op dit graf, dan verzorgen wij dit graag voor u.
Bestel bloemen
Bloemen en kransen

Nationaal archief

Bekijk

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief