Bijdragen
De volgende bijdragen zijn door bezoekers toegevoegd:
Marinus de Jong
Treesje Braun, de vrouw van Marinus de Jong, heeft lange tijd in de veronderstelling geleefd, dat haar man na zijn arrestatie naar Duitsland was getransporteerd. Daarom stond zij na afloop van de oorlog in 1945 regelmatig bij de terugkeer van gevangenen op het station van haar woonplaats Haarlem, in de hoop hem weer te zullen ontmoeten.
Zekerheid over zijn lot kwam kort na 18 maart 1946. Toen was op de radio een oproep over vier doden die in Vught waren gevonden. Er bleek toen iemand te zijn die op de avond van 16 september 1944 in het licht van koplampen een executie had gezien, waarbij vier mannen werden doodgeschoten. Bij dat viertal was ook Marinus de Jong. Een zwager van hem heeft zijn identiteit vastgesteld.
Marinus de Jong was een zoon van Marinus en Rika Geertruida van Dijk. De Jong junior trouwde op 19 juni 1934 met de op 18 januari 1906 in Amsterdam geboren Treesje Braun. Zij woonden op het adres Atjehstraat 97 in Haarlem en kregen drie kinderen, Roel, Henk en Theo. In Haarlem was De Jong afdelingschef van de distributiedienst. Hij was een bekende figuur in de Anti-Revolutionaire Partij en de gereformeerde kerk.
Halverwege de oorlog moest De Jong onderduiken vanwege zijn betrokkenheid bij hulp aan onderduikers. Onder de naam Martin Jacob Dijkshoorn verschool hij zich op de boerderij van de familie Versluis. Zijn schuilnaam was gekozen om dezelfde initialen te kunnen gebruiken (MDJ). In de Alblasserwaard hielp hij met het verkrijgen van distributiebonnen en bovendien hervatte hij daar zijn hulp aan onderduikers. Tevens was De Jong betrokken bij de verspreiding van het illegale blad Trouw. Op zogenaamde politieke avonden en theevisites droeg hij de denkbeelden van de Anti-Revolutionaire Partij uit.
Op 19 augustus 1944 reisde De Jong met zijn vrouw van Amsterdam, waar hij haar in het geheim ontmoet had, naar Utrecht. Daar scheidden hun wegen en ook hun levens, want Treesje Braun heeft haar man nooit weer gezien. De Jong reisde verder naar Den Bosch. Tijdens een persoonsbewijscontrole werd hij aangehouden en overgebracht naar het huis van bewaring in Den Bosch. Hij is waarschijnlijk het slachtoffer van verraad. Van Den Bosch is hij op de avond van 16 september 1944 overgebracht naar het concentratiekamp Vught. Samen met Martinus Boeren, Gerardus Johannes Petrus Bouwman en Gerardus Josephus du Bois werd hij nog diezelfde dag gefusilleerd.
Deze feiten zijn bekend geworden via correspondentie met een zekere heer Wink, een celgenoot van De Jong in het Bossche huis van bewaring.
Postuum is aan De Jong op 21 januari 1982 het Verzetsherdenkingskruis toegekend.
Op zaterdag 13 april 1946, 's middags om twee uur, werd zijn stoffelijk overschot herbegraven op de algemene begraafplaats aan de Kleverlaan in Haarlem. Op de sokkel van zijn steen lieten zijn vrienden de volgende opdracht plaatsen: Niemand heeft meerdere liefde, dan dat hij zijn leven inzet voor zijn vrienden. In februari 1967 volgde overbrenging naar het ereveld in Loenen, vak E, nr. 335.
SluitenGeplaatst door Coördinator Archief Oorlogsgravenstichting op 14 januari 2019
Voeg zelf een monument toe
Log in om een monument toe te voegenVoeg zelf een verhaal of document toe
Log in om een bijdrage toe te voegenNationaal archief
Bekijk persoonsdossierCategorieën
Leg bloemen op dit graf
